01. Wie zijn wij?

 

Gedachten over de spiritualiteit van de Tochtgenoten van Sint Frans

Jozef Gerwing, Internationaal spiritueel leider

(samenvatting van 18 oktober 2014 bij de Internationale Raad in Roosendaal, Nederland)

De spiritualiteit van de Tochtgenoten moet een ‘praktische mystiek’ zijn, ‘een alledaagse uitwerking’ hebben en op eenvoud gericht zijn. Op onze pelgrimstochten kunnen we geen bibliotheek aan theologische boeken meeslepen. We zijn beschouwend (contemplatief) onderweg, zorgvuldig met elkaar, de naaste in het oog, de schepping respecterend. We zijn het als Tochtgenoten met elkaar eens. We willen spiritualiteit in ons midden de ruimte geven. Het is een grondregel in onze beweging en moet het ook blijven:

De plaats voor Franciscaanse spiritualiteit.

Daarachter staat de overtuiging, dat waar twee of drie in Zijn naam bijeen zijn, Hij, de Hoogste, het hoogste goed (zoals Franciscus het steeds uitdruk-te) te midden van ons is. De Tochtgenoten nu zijn een ‘bonte menigte’. Als oecumenische beweging treffen en ontmoeten verschillende geloven elkaar op internationale kapittels en pelgrimstochten, maar altijd in haar Franciscaanse vormgeving. De Tochtgenoten komen op mij over als een grote ‘botanische tuin’, met de meest exotische planten, alle soorten zijn vertegenwoordigd, de edele roos, de lelie, ja zelfs de orchidee, het heelkruid van de brandnetel tot en met de goudsbloem, maar ook het madeliefje en die gemene cactus. Dat alles Gods schepping! Dat vraagt veel zorgvuldigheid en respect. En dan kan het zo maar gebeuren, zoals bij de laatste internationale tocht, dat in een en dezelf-de groep de pelgrims nauwelijks of zelfs geen tijd, geen plaats voor spirituali-teit hadden; sommigen betreurden een teveel aan spirituele impulsen, anderen een tekort. Dat ervaar ik als een dilemma.

We zijn het met elkaar eens: we willen spiritualiteit! Ze is een basisvoorwaarde in onze beweging. Ze moet te midden van ons een plaats hebben.

Het lijdt geen twijfel : 86.400 seconden, dat zijn 1.440 minuten of, heel simpel - 24 uren zijn één dag. Dat is veel tijd, die ieder van ons iedere dag ter beschikking staat. Niemand bezit een uur meer dan de ander. Ook niet bij de Tochtgenoten. Evenmin kan iemand zich over een enkele ontbrekende minuut beklagen. Desondanks hebben we blijkbaar steeds weer het gevoel van te weinig of zelfs geen tijd te hebben. In dit verband ontmoet ik mijn vriend Albert Einstein en zijn opvatting over de ‘relativiteit van de tijd’ en vraag me af: Hoe ga ik eigenlijk met mijn tijdkapitaal om en waar liggen mijn prioriteiten bij een ‘overvloed aan tijd’ van dagelijks 24 uren of anders 86.400 seconden. Bij bijeenkomsten van de Tochtgenoten (het zij op nationaal of internationaal gebied) is het vanzelfsprekend (zou het naar mijn mening moeten zijn), God in ons tijdplan te betrekken en Hem niet ‘uit’ te plannen. Bij mij komt de Afrikaan Aurelius Augustinus (354-430 na Chr.) in gedachten, die eens gezegd zou hebben: ‘voor mij is iedere druppel tijd kostbaar’ en die ons een praktische, elke dag bruikbare ‘methode’ van het gebed aanbeveelt, die ons als Tochtgenoten, als mensen onderweg, aanspreekt. Hij spreekt van ‘pijlgebeden’, we zullen tegenwoordig misschien van ‘schietgebeden’ of ‘seconden-gebeden’ spreken. Ideaal voor pelgrimstochten: seconden voor God! Een voorbeeld: maximaal 1800 seconden voor een spirituele impuls met vertaling!! (dat zijn bij elkaar 30 minuten). Dan blijven voor mij, nu breekt de wiskundige in mij door, toch nog 84.600 seconden over voor verdere ervaringen met mijn Tochtgenoten en met de medemens en het milieu. Tenslotte hoor ik het terechte bezwaar van een reisgenoot, dat de mens ook zijn dagelijkse portie slaap nodig heeft, ook na een inspannende voettocht. Dat klopt, ook dat is belangrijk. En ‘de zijnen geeft de Heer het toch in de slaap’!

Verwachting en bereidwilligheid

Beste Tochtgenoten, op deze plek wil ik jullie aanmoedigen mij jullie spirituele verwachtingen en wensen kenbaar te maken en op te schrijven. En wanneer jullie dat gedaan hebben, zeg mij, wat jullie bereid zijn in te brengen. Ik verheug me ontzettend op jullie spirituele verwachtingen EN jullie bijdragen. Niemand is vrij van talent.

Tenslotte

Eindigen wil ik met een woord van Sint Franciscus uit de ‘Regula non bullata’

‘Laten wij allen, overal, op iedere plaats, ieder uur, en iedere tijd, dagelijks en voortdurend, waarachtig en nederig in Hem geloven en in ons hart bewaren en beminnen, eren.... loven en zegenen.....Hem prijzen en Hem dank zeggen’. Nb. Regel van Franciscus 23,11.

Vertaling uit het Duits van Hennie Coumans.