09. Najaarskapittel

 

Verslag van het Najaarskapittel 2011 in Arnhem

Ton Coumans

’Is Jacqueline er niet?’ ’Nee, zij is naar het feest van de honderdste verjaardag van haar zusterzus in Wijchen.’ In de krochten van het station Arnhem proberen we ons verstaanbaar te maken. Twee bandjes wisselen elkaar af. Wellicht is er geen stopcontact in de buurt, de groep die bij onze binnenkomst de microfoon (en de geluidboxen!) heeft, maakt gebruik van door de mens voortgebrachte kynetische energie, locomotion in de duurzame uitvoering: men fietst sur place.

Na enige tijd zijn we bijna allemaal aanwezig, bijna, de relatie tussen Jan en de NS blijkt niet optimaal. De NS is op tijd, maar Jan komt later. Dinie leidt de groep door een binnenstad, die naar haar mening een hinderlijk organisch karakter vertoont. Een verschijnsel dat ook mij regelmatig vele kilometers sightseeing heeft opgeleverd. Gelukkig zijn hier burgers bereid en in staat het stratenplan aan te passen aan Dinie’s stadskaart.

We komen bij de luxueuze parochiezaal van de St. Walburgiskerk. Na een kop thee of koffie en een koek, met ergens een appel, een pakje frisdrank, regenkleding of paraplu gaan we op weg. Hennie blijft achter, zij bewaakt het huis, spelt de krant, verkent de keuken en treft voorbereidingen voor het avondeten.

Onze wandeling begint nu echt. De uitnodiging belooft een route ’van ongeveer 12 kilometer, gedeeltelijk door Arnhem, maar vooral buiten de stad, langs de Zuidoever van de Rijn’. Inderdaad ligt de stad al snel achter ons en terwijl, althans aanvankelijk, een vriendelijk zonnetje door een grijze hemel prikt, ontdekken we een heerlijke natuur. We zien runderen in diverse soorten en maten, waaronder ’levengrote’ met enorme horens. De afrastering geeft ons het lef om in alle rust foto’s te maken. Het wemelt hier van de watervogels. Uiteraard, we zijn hier in een open, waterrijk gebied. Dan komt toch die regen en in een mum van tijd wordt het pad op de dijkjes spekglad, te meer doordat de runderen ontelbare hoopjes organisch afval aan de natuur hebben teruggegeven. Ik maak me onnodig zorgen om enkelen van ons. Ze blijven overeind.

Op de grens van zijn weide heeft een olijke boer een royale schilderijlijst getimmerd: ’Dit weidse uitzicht wordt u aangeboden door boer Weijers’. Naderend vanuit de wei stappen wij in het ’open doek’ van zijn kunstwerk en zijn zo deel van dat uitzicht. Camera’s leggen het nostalgische plaatje vast. Lidy stapt als laatste uit de lijst en verder gaat het. We genieten van het open, waterrijke gebied met al die vogels, profeten van de vrijheid.

Het wordt warm, benauwd onder die regenkleding. En dan sluit de stad ons weer in de armen, de voettocht gaat verder langs de reclameborden van de verleiding, de anonimiteit van hoogbouw en verkeer en ontmoetingen op de zebrapaden.

De deur van de parochiezaal staat open.

Hennie heeft de krant uit, de avonmaaltijd voorbereid, koffie gezet.

Dinie hult zich incasserend in haar penningmeesterschap,

Johny en Marianne wijden zich in de open keuken aan de Italiaanse avondmaaltijd. Johny kondigt aan dat enkele Tochtgenoten namens de Beweging zullen deelnemen aan de Katholieke Jongerendag in Den Bosch op zondag 6 november. Het is de bedoeling daar een brei-sessie te houden: het meubilair wordt daarbij ’ingepakt’ in kleurige plastic breiproducten.

De ’draad’ wordt gesneden uit plastic boodschappentassen. Supermarkt Jumbo heeft medewerking toegezegd.

De avond valt, maar de stemming stijgt als Johny, Hennie, Bregje en Jan zonder breipatroon met breinaalden van nooit-vermoede dikten het zeer geavanceerde materiaal ’tot vlechtwerken maken’. Blij dat ik niet hoef te breien snijd ik menige kleurige boodschappentas tot draad.

Met een ’tot morgen’ brengt Hennie ons beiden halverwege de avond weer naar Leersum.

Op een natte zondagmorgen....

Hennie Coumans

Op een natte zondagmorgen, slalommend door Arnhem rijden we weer naar de plek, waar het Nationaal Kapittel 2011 plaats vindt. Een grote ontmoetingsruimte van de Walburgiskerk biedt ons de gelegenheid om deze dag met elkaar te praten over normen en waarden. Druppelsgewijs, letterlijk (het regent) en figuurlijk arriveren de Tochtgenoten. De geur van koffie en natte kleren bereikt onze neuzen. De mensen, die gisteren al gekomen zijn, komen wat stram (ze slapen op een matje op de grond) uit hun slaapvertrekken tevoorschijn. Het is een warm weerzien. Helaas zijn er ook enkele afmeldingen omdat men andere verplichtingen heeft of ziek is.

Catherine vraagt ons naar de kring te komen. In het midden van de kring staan elementen uit de herfstachtige natuur, een brandende kaars en kaarten die we naar diverse afwezige mensen zullen sturen, zo zijn ook zij een beetje aanwezig. Na een woord van bezinning, doet Catherine verslag van de activiteiten van het afgelopen jaar, in het bijzonder over het Internationaal Kapittel in Duitsland en de Internationale Tocht in Spanje. Ook meldt zij ons, en dat niet voor de eerste keer, dat het dagelijks bestuur, Catherine, Marianne en Dinie, dit jaar zal aftreden en dat er gezocht wordt naar jongeren, die de taken kunnen overnemen. Ditzelfde geldt ook voor de redactie van de Roep van de Weg, die dat vorig jaar al kenbaar maakte. Het lijkt overigens niet goed, wanneer allen tegelijk weg zouden gaan en wellicht is een nieuw bestuur met ondersteuning van het oude bestuur mogelijk, zodat de overdracht soepeler verloopt en het oude bestuur zich geleidelijk aan kan terugtrekken. We krijgen een briefje waarop ieder kan invullen wat men belangrijk vindt in de Roep!! En wil je de Roep digitaal of toch nog per post? Of misschien wel beide.

Na deze inleiding begint het eigenlijke kapittel over Normen en Waarden. Na een inleidend woord van Riky en Lidy over het item normen en waarden leest Ton een stukje van Bonh÷ffer voor, Lidy een stukje van Martin Buber en Riky over ’wat geven wij eigenlijk door’. Zie aan het eind van dit verslag de teksten die hierboven vermeld zijn. Na ieder verhaal staan we op, halen een paar keer diep adem, en zoeken een andere plek en staan even stil bij hetgeen is voorgelezen. Het stukje van Riky intrigeert en doet ons, ouders, de wenkbrauwen fronsen. Deden we het wel goed, waren we te streng? Zijn de waarden die we dachten door te geven, nog van deze tijd. Wat doen onze kinderen ermee? Je groeit ook zelf, krijgt andere inzichten. We bespreken dat in kleine groepjes. De verhalen en gedachten roepen vertedering maar ook vraagtekens op. Het is niet eenvoudig. Zijn de waarden die onze ouders aan ons doorgaven in deze zo snel veranderende tijd nog waardevol? We komen niet uitgepraat. Maar de lunchtijd is aangebroken en dan praten we ook nog door met degene die naast ons zit. Om een beetje af te koelen gaat de groep een eind wandelen. Wie dat niet doet, blijft in het gebouw en praat wat met elkaar of leest wat.

Na deze pauze komt de Kapittelcommissie met een aantal interviews over normen en waarden, die zij met jongeren hebben gehouden. Naar voren komt dat deze jongeren hechten aan het gezin waar ze uit komen, aan eerlijkheid, respect voor anderen, en geld vinden ze niet zo belangrijk. Geld is maar geld!! Onderaan dit verslag vind je enige interviews. Hierna gaan we in kleine groepjes aan de slag met enkele vragen:
-  Wie was voor jou een voorbeeld toen je jong was?
-  Wat verwacht je van een ander op het gebied van waarden en normgedrag?
-  Welke waarden zijn voor jou belangrijk?
-  Zou jij iets aan een ander door willen geven? Over al deze vragen kan nog lang nagepraat worden bij andere gelegenheden. De bijeenkomst wordt gesloten met een viering en daarna een gezamenlijke maaltijd.

Hartelijk dank aan alle mensen die deze bijeenkomst hebben georganiseerd. Het was zeer inspirerend!!

Gelezen door Ton Coumans

Stuk uit een brief van Dietrich Bonh÷ffer aan Eberhard Bethge: Tegel: 21 juli 1944

’Ik heb de laatste jaren steeds meer de diepe aardsheid van het christendom leren doorgronden. De christen is geen homo religiosus maar gewoon een mens, zoals Jezus mens was. Niet de vlakke, banale aardsheid van rationalisten, bedrijvigen, gemakzuchtigen of wellustigen maar de diepe, gedisciplineerde aardsheid, doortrokken van het besef van de dood en opstanding. Ik geloof dat Luther in deze aardsheid heeft geleefd. Ik moet denken aan een gesprek met een jonge Franse predikant, dertien jaar geleden in Amerika. We hadden ons eenvoudig de vraag gesteld wat we eigenlijk wilden met ons leven. Hij zei: ’Ik zou een heilige willen worden’ (en ik acht het niet onmogelijk dat hij het geworden is). Dat maakte indruk op me. Toch kwam ik met een andere mening en zei ongeveer: ’Ik zou willen leren geloven’. Lange tijd heb ik niet beseft hoe diep deze tegenstelling is.

Later heb ik ervaren en ik ervaar het tot op dit moment, dat je pas leert geloven als je midden in de aardsheid van dit leven staat; als je er volledig van af ziet iets te maken van jezelf - een heilige, een bekeerd zondaar, een rechtvaardige of een onrechtvaardige, een zieke of een gezonde; als je aards leeft, dus met alle taken en problemen, successen en mislukkingen, met alle ervaringen en twijfels; want dan geef je je helemaal over aan het Leven.’

Gelezen door Lidy Maas

’Het chassidisme, een joods-mystieke stroming, kent een unieke verhalende traditie, uniek omdat de verhalen -vol van wijsheid en sprankelende humor -grotendeels mondeling zijn overgeleverd. De joodse filosoof en theoloog Martin Buber heeft in zijn ’Chassidische vertellingen’ als eerste deze verhalen te boek gesteld.’

Grenzen van raadgeving

De leerlingen van de Baalsjem, (Hebreeuws voor ’Heer van de naam’) hoorden over een man praten als over een wijze. Enkele hunner voelden het verlangen opkomen hem op te zoeken en gewaar te worden wat hij leerde. De meester gaf hun toestemming, maar zij vroegen nog meer: ’En waaraan zullen wij merken of hij een echte tsaddik is?’ ’Vraag hem eens’, antwoorde de Baalsjem, ’hoe jullie het moeten aanpakken om ervoor te zorgen dat de onheilige gedachten jullie niet meer zullen storen onder het bidden en studeren. Als hij jullie raad geeft, weten jullie dat hij een nietswaardige is. Want dat is het menselijk dienen in de wereld tot het stervensuur toe: keer op keer worstelen met het boze en dit keer op keer verheffen tot in het wezen van de naam van God’.

Gelezen door Riky D÷rfel

-  ’Zeg aan de kinderen dat wij niet deugen
-  Zeg dat wij kinderen maken ’s nachts
-  Om ze ’s ochtends zachtmoedig te kraken, zeg
-  Aan de zoon als hij dwarsligt aan tafel en zingt
-  Om het liedjes zijn honger te stillen, zeg

Dat wij de muziek uit zijn mond zullen nemen,

-  Dat wij hem klein zullen krijgen met melk
-  En slaag, met zuurverdiend brood en examens.
-  Zeg dat zijn dorst de manieren moet leren
-  Van ons, een dwergvolk van vaders en moeders.
-  Wij hebben geen noten op onze zang.
-  Leer toch mijn zoon geen gedichten, die dingen
-  Doen pijn aan de mond die normaal is gemaakt
-  Om te lachen en simpele zaken te zeggen.
-  Die wildgroei van beeldspraak, die wildsmaak van sehnsucht,
-  Die wereld van wereldontvreemdende krompraat.

Verpesten dat jong toch zijn tong, zijn papillen.

-  Geef aan mijn zoon geen gedichten, nee leer hem
-  Die kleine nachtmuziek zingen van zijn zakgeld,
-  Die klinkklare zon van een munt in zijn spaarpot,
-  Dit metrum is trash voor zijn toekomst in vastgoed.
-  Maar Slauerhoff ligt in zijn bed al voor anker.

-  Het moet ons toch danken voor kleren en melk.
-  En wij leren het spreken en tellen en zingen
-  Om ons te verstaan. En wij liegen muziek
-  Om het ritme te slaan van het lied, van de dans
-  Die wijzelf niet ontspringen. Wij hinken voorop.

-  Zeg aan de kinderen dat wij niet deugen.
-  Zeg aan de dochter die danst in haar slaap
-  Dat een droom van een wals geen beroep is, zeg
-  Dat het draaiziek omhaal van een driekwartsmaat
-  Haar voeten verknoeit. Wij leerden haar lopen

Om traag en behoedzaam ons leven te leiden.’

Interview met een meisje van 16 jaar

Voor mij is van waarde onze gehechtheid aan elkaar in ons gezin, het samenzijn met familie: zo wil ik het later ook! Wat voor mij belangrijk is: als ik word terechtgewezen dan ben ik eerst boos en ik vind het echt niet leuk. Maar eigenlijk snap ik het wel: het is nodig om met elkaar te kunnen leven. Waar ik me aan erger? Aan mensen die niet doen wat zij beloven, dat kun je niet maken! Vanuit mezelf wil ik graag liefdevol met andere mensen omgaan: niet oordelen. Ik vind mijn opvoeding breed: ik mag mijn eigen mening hebben. wat ik ook wil doorgeven: ik leer om overal het beste van te maken.

Interview met Milan van 19 jaar, hij volgt een opleiding evenementenorganisatie

Voor Milan zijn openheid, humor en relativerend vermogen het belangrijkst. Hij is zeer sociaal voelend, is gemakkelijk in de omgang en heeft een hele stoet vrienden en vriendinnen. Milan benadrukt dat hij zoveel mogelijk uit de dag wil halen. Hij heeft geen zitvlees en is voortdurend onderweg. Belangrijk is eerlijkheid voor hem. Hierover zegt hij: ’Ieder heeft recht op zijn eigen waarheid, maar soms zitten mijn eigen emoties me in de weg’. Hij laat zich niet zo gemakkelijk be´nvloeden.

Interview met Evelien van 20 jaar, ze studeert communicatie en multimedia design

Voor Evelien is liefde en vriendschap het belangrijkste in het leven. Ze wordt gestimuleerd door uitdagingen die ze ook opzoekt, zoals prestaties in de sport. Ze is in haar tweede studiejaar actief betrokken bij de opzet van een studievereniging en heeft daar veel van geleerd. Het heeft haar meer zelfvertrouwen gegeven. Belangrijk voor haar is respect voor anderen. Ze kan niet tegen onrecht. Ze wordt sterk be´nvloed door de media en door reclames. De ethische aspecten van haar toekomstige vak zijn minder belangrijk voor haar. De functie van reclame is om het product van de opdrachtgever over het voetlicht te brengen. De waarde of onwaarde van het product doet er dan minder toe.

Herberg-viering Walburgiskerk

Dit huis is een huis waar de deur openstaat, waar zoekers en zieners, genood of gekomen, hun harten verwarmen, van toekomst gaan dromen, waarin wat hen drijft tot herkenning gaat komen, de vonk van de Geest in hun binnenste slaat.

Dit huis is een huis waar gemeenschap bestaat, waar zangers en zeggers bijeen zijn gekomen om uiting te geven aan waar zij van dromen, waardoor een beweging ontstaat die gaat stromen, die nooit meer, door niemand, zich inperken laat.


IMG/doc/Najaarskapittel_2011_inschrijfformulier.doc (229 kB)