2010: Twente, Nederland

 

PETER PAUL RUBENS - ’gewone’ loopgroep

Onze oecumene

Lidy Maas

Onze groep was zeer divers,waardoor besprekingen over dit onderwerp moeilijk te verwezenlijken waren. Twee Engelsen waarvan er een voortijdig vertrok. Een Duitse moeder met twee dochters van 9 en 11 en een neefje van 5 jaar. Drie Fransen. De rest was Nederlands waaronder een moeder met zoontje van bijna 5 die op een halve dag na alles gelopen heeft!!!! En er was een meisje van 14, dat het geweldig vond bij de groten te mogen horen, maar dat ’helemaal niets had’ met het onderwerp. Door dit alles kwamen we de eerste drie dagen pas aan kapittel en veillée toe als de jongere kinderen sliepen,van half tien tot half elf ! Zie je het vóór je?

De vierde dag was Sheana onze gast en hadden we een avondmaaltijd met daarin gezangen, gebeden en lezingen en tot slot de eucharistische woorden, vredeswensen en communie. Heel sfeervol. Na deze dagen besloten we na een goed gesprek dat we het onderwerp oecumene niet langer zouden bespreken, maar beleven. Dat kwam ons gevoel van saamhorigheid zeer ten goede. Van nu af aan konden we meer ontspannen met het onderwerp omgaan. We vonden dat we al zeer oecumenisch bezig waren met alles wat er op een tocht om de hoek komt kijken: vermoeidheid, boodschappen doen, koken, afwassen, kindertjes bezig houden, slaapplaats in orde maken en ’s morgens weer inpakken en voorbereiden van de veillée voor de laatste avond. Voor de duidelijkheid benoemden we dit alles ook maar zo. Hè, dat gaf ruimte. We lazen af en toe nog illustrerende verhaaltjes uit andere religies met een Hindoeïstische of Boeddhistische achtergrond, waarin we ons bijna met een gevoel van opluchting herkenden. Zo kon het dus ook. In mijn herinnering blijft de har-monie, die er in zo’n week ontstaat, me bij als een blij en licht gevoel. Het was ook een prachtig landschap, met die mooie onderkomens en lieflijke dorpjes. De Twentse mensen waren vriendelijk en behulpzaam. De PR in de Tubantia zorgde ervoor dat we herkend en erkend werden: ’Ha, zijn jullie die Franciscanen’ of: ’Zijn jullie die backpackers’, wat erg gastvrij en bevrijdend overkwam. Na een mooie slotavond, waarin je een kleine inkijk kreeg in wat anderen meegemaakt hadden, was deze tocht ten einde.

Was dit einde ook voor de kopstukken uit de stuurgroep de afsluiting van een intensief jaar?