1927 - 2007 : 80 Jaar Tochtgenoten

 

Eens Tochtgenoot - altijd Tochtgenoot (4)

In gesprek met Herman de Kruis

Marianne Penning de Vries

Het eerste contact met de Tochtgenoten was met de groep Noord-Holland (Hoorn, eind jaren zestig) waar al een jongerengroep actief was (14-20 jarigen). Herman die zelf net 25 jaar was, werd gevraagd als begeleider van deze groep. Franciscaan was hij al in 1960, priester sinds 1967. Opgegroeid in Rotterdam (West) met één jongere zus, woonde hij dicht bij de Willibrorduskerk. Als lid van het jongenskoor dat als zeer goed bekend stond, is zijn belangstelling om later priester te worden ontstaan om vanuit die functie mensen te kunnen helpen. Hij kwam uit een stabiel gezin waarin sociale bewogenheid belangrijk was. Het was de tijd waarin ontdekt werd dat je ziek kon worden van asbest, maar tegelijkertijd werd er nog volop mee gewerkt. Vader overleed er vroeg aan maar hij had zijn kinderen voldoende aangemoedigd om door te leren. Het werd de priesteropleiding in Alverna, Wychen. Via het Franciscuscollege leerde Herman de franciscanen kennen en trad bij hen in.

Midden jaren ’70 heeft Herman zeven jaar deel uitgemaakt van de groep ‘Calama’, een solidariteitsbeweging die zich vooral inzette voor verbetering van de omstandigheden van arbeiders en hun gezinnen wereldwijd. Calama is de naam van één van de grootste kopermijnen in Noord Chili. Hij leerde plaatwerken en lassen. In het kader van Calama heeft Herman in Midden Amerika (Nicaragua) gewerkt en aansluitend een aantal jaren op de Filippijnen (1981-1984).

Vanwege lichamelijke klachten is hij in 1985 op zoek gegaan naar een andere invulling van zijn beroep. Ook kwam hij in deze periode in contact met de Tochtgenoten in Rotterdam waar hij de functie van spiritueel leider aanvaardde. De bijeenkomsten waren aanvankelijk bij de mensen thuis maar daarna, om praktische redenen, verhuisden ze naar de pastorie van de Veurstraat/Bergsingel.

In 1988 kwam er een vacature als pastor in Katendrecht, de meest beroemde en beruchte wijk van Rotterdam. Beroemd vanwege de havencafé’s en de prostitutie en berucht vanwege de criminaliteit die er (ook toen al) voorkwam. Katendrecht is nu één van de zogenaamde ‘prachtwijken’. Er wordt flink reclame gemaakt om er te gaan wonen met de slogan ‘Durf jij de Kaap aan?’ Herman durfde wel. Er waren destijds drie locaties van kleine katholieke gemeenschappen: de Rechthuislaan, de Stieltjesstraat en het Afrikaan-derplein. Tot 1997 heeft Herman hier als pastor gewerkt. Tot zomer 2007 was hij bovendien pastor in de gevangenis in Krimpen aan den IJssel.

In 1998 heeft hij een sabattical jaar opgenomen, waarin hij veel heeft gereisd. Schotland, Wales, Ierland en het kleine eiland Iona in de Ierse Zee. Terug in Nederland werd hem gevraagd gardiaan van het klooster in Megen te worden. In deze functie ben je eindverantwoordelijke voor de broeder-gemeenschap. Bovendien is hij custos (be-hoeder) van de Franciscaanse Beweging Rotterdam en omgeving.

Na zijn pensionering - afgelopen zomer - wil Herman nog een dag per week werkzaam zijn als pastor in verpleeghuis De Vijf Havens te Rotterdam.

Op de vraag wat spiritualiteit voor hem betekent, antwoordt Herman dat hij dit heel praktisch ziet, hij wil naast mensen staan, bij mensen zijn. De keuze destijds voor de Calama-groep moet je ook zo zien. Het leek de beste keus om solidariteit een gezicht te geven door bij hen aan de marge te gaan staan. Over het priester zijn: ‘op sommige plaatsen zie je weer een beeld terugkeren dat meer weg heeft van heersen dan van dienen’.

Bron van inspiratie is voor Herman het verhaal van de Emmaüsgangers: gaandeweg breekt het licht door. Franciscus laat ons eens te meer zien dat we dit licht niet danken aan eigen prestaties. Hij vindt het lang niet altijd gemakkelijk om zich niet te kunnen settelen en altijd maar onderweg te blijven.

Tot slot over de oorspronkelijke opzet van de Tochtgenoten - ontstaan tussen twee wereldoorlogen - het bij elkaar brengen van jongeren uit landen die via de politiek niet nader tot elkaar kunnen komen. Dat blijft een geweldig idee en is nog steeds actueel. Elementen van het Tweede Vaticaans Concilie (Kerk als Gods volk onderweg) liggen aan de oorsprong van de Tochtgenoten. Hij is ervan onder de indruk hoe Tochtgenoten soms bijna levenslang echt ook elkaars tochtgenoten zijn.

Herman, dank voor dit gesprek en ongelofelijk dat de wereld soms echt heel klein is. In diezelfde Willibrorduskerk met het zaaltje voor de zondagmiddag-films voor de jongeren, heb ik heel wat uren doorgebracht. Mijn ouders vonden Rotterdam wel een goede plek om te gaan wonen in die tijd (1957-1967). Voor kinderen was Rotterdam spannend met veel open plekken (landjes) waar je nog gewoon kon spelen. Het puin van het bombardement was weg maar de wederopbouw ging langzaam. Andere tijden, maar ook al met Tochtgenoten!