2007 Internationaal Kapittel: Diez/Lahn, Duitsland

 

Dank!

Andrea Penzlin / Josef Gerwing

Onderstaand gebed werd tijdens de avondviering van het Pinksterkapittel door Josef uitgeproken na een overweging over de plaats die Portiuncula in het leven van Franciscus in heeft genomen.

Portiuncula wordt een synoniem van een beweging, die de verzoening zoekt, zich op Franciscus bezint en mensen kent zoals Abbé Stock, Joseph Folliet en NN (zet hier je eigen naam). Niets houdt haar tegen, dit te vieren. Daarom dank u wel voor uw liefde, dank u wel, Heer, dat u mij zo nabij bent; Dank u voor het geluk, dat mij overkwam, Halleluja!

God, vanavond wil ik niet anders dan u dank zeggen, en terwijl ik er over nadenk, bemerk ik dat ik daarmee nooit kan ophouden, uw wereld en mijn leven kent zoveel kanten.

Dank u wel, God, voor alles, wat ik zien kan: voor het firmament, de sterren en de stil voorbijtrekkende wolken; voor licht en schaduw, de afwisseling van dag en nacht; voor iedere kleur, die mijn leven kleurig maakt.

Dank u wel, God, voor alles, wat ik horen kan: voor het ruisen van de zee en de wind; voor de muziek, die vrolijk maakt; voor het gezang van de vogels en het geluid van de klokken; dat ik stilte beleven kan, waardoor men tot rust kan komen.

Dank u wel, God, voor alles, wat ik ruiken kan: voor de geur van de seizoenen en het landschap; voor het eten en drinken, waarvan het genot ons niet alleen in leven houdt, maar ook vreugde schenkt; voor de geur van de bloesems, de bossen, de weiden en de vruchten.

Dank u wel, God, voor alles, wat ik voelen kan: voor de warmte van de zon, van een kaars, van de ruimte; voor de verkwikking van de regen en het water; voor het zachte vel van een dier dat ons zijn vertrouwen schenkt; voor het zand, dat door mijn vingers glijdt; voor de uren dat ik slaap in een weldadige geborgenheid.

Dank u wel, God, dat ik niet alleen ben op deze aarde: voor allen, die mij liefhebben en mij nodig hebben; voor de tochtgenoten, voor de glans in hun ogen en voor hun glimlachen en lachen; voor hun stemmen, die vertellen, troosten en terechtwijzen; voor hun nabijheid, die mij toevlucht verleent; voor hun handen, waarvan de aanraking een nieuwe tederheid uitdrukt.

Dank u wel, God, dat ik dit alles met mijn zintuigen kan ontvangen, dat ik het beleven en ervaren mag.

Ja, daarom dank u wel voor uw liefde, dank u wel, Heer, dat u mij zo nabij bent; dank u wel voor het geluk, dat mij overkwam, Halleluja!

(Dit dankgebed ontstond, deels woordelijk, naar het voorbeeld van een ‘gebed over zintuigen’ van Andrea Penzlin)

vertaling: Hennie Coumans