06. Voorjaarskapittel

 

Voorjaarskapittel: zondag 25 maart 2007

Franciscus als pelgrim

Sjoerd Hertog, franciscaan uit Megen, is op onze uitnodiging ingegaan en houdt een inleiding over Franciscus als pelgrim. De Franciscaanse spiritualiteit is onder andere een spiritualiteit van pelgrimage, het op weg gaan en al gaande bij de Bron uitkomen. De voetstappen in de aarde drukken is de weg van Jezus ontdekken. Hem volgen is werken aan een levenshouding van eenvoud, nederigheid en armoede, zoals Hij ons heeft voorgeleefd, beginnend in Bethlehem waar Hij in armoede is geboren.

Hoe ontwikkelde het leven van Franciscus zich?

Hij werkt aanvankelijk in de stoffenhandel van zijn vader, maar ziet er van af om hiermee door te gaan. Hij kiest een andere richting, wil ridder worden. Dat geeft immers een status. Van zijn vader krijgt hij een uitrusting, harnas en paard. Als hij meegaat om de Ridderslag te krijgen, hoort hij een stem: ‘Als je de Heer wilt volgen, waarom volg je dan de knecht?’ Het zet hem tot diep nadenken. Het zijn ervaringen uit zijn vierjarige bekeringstijd. In die periode vinden belangrijke ontmoetingen plaats zoals die met de melaatse, een uitgestotene. In zijn Testament vertelt hij dat hij in zijn vroegere periode het bitter vond om melaatsen te zien, ‘maar de Heer zelf heeft me tussen hen gebracht’, en wat hem bitter was werd zoet.

Een volgende ervaring had hij voor het kruis in het kerkje van San Damiano waar Franciscus bad als volgt: ‘Hoogste roemrijke God, verlicht de duisternis van mijn hart, en geef mij het ware geloof de gegronde hoop en de onverdeelde liefde, het aanvoelen en de kennis, Heer, om uw heilige en waarachtige opdracht uit te kunnen uit-voeren. Amen.’ Hier ontvangt hij de opdracht om de kerk weer op te bouwen, diep geraakt als hij is door de Heer zelf, die tot knecht geworden is.

Franciscus leren kennen vanuit zijn Geschriften

We kunnen vanuit de Geschriften vaststellen, dat Franciscus eerst zelf zijn leven wilde ’maken’. Daarna liet hij zich leiden door de Heer die zich aan hem openbaarde. Hij volgt zijn roeping en opdracht, in woord en daad, een wijze van leven die in de ogen van God waardevol is, maar door mensen geminacht wordt. Zijn eerste twee volgelingen zijn de broeders Bernardo en Pietro. Op hun nederige vraag wat ze moeten doen met hun bezittingen antwoordt Franciscus met de evangelietekst waarin hij ook zelf geworteld is: ’Ga alles verkopen wat je hebt en geef het aan de armen, en je zult een schat in de hemel hebben. Kom dan om Mij te volgen’.

Facetten van zijn spiritualiteit

Nederigheid is voor Franciscus: afdalen, zich niet verheffen met het doel de ander hoog te houden. Medelijden: ‘Gelukkig de mens die zijn naaste in al zijn broosheid draagt’. Eenvoud is zich openstellen voor hetgeen je ten deel valt, in ontmoeting met de medemens, bijzonder voor hen die leven aan de grens van de maatschappij. In de Vermaningen of Wijsheidsspreuken en o.a. in de Regel vinden we deze spiritualiteit van Franciscus terug. De wijze waarop wij die woorden van wijsheid kunnen ontvangen is een mystieke oefening, waarin het licht naar binnen kan vallen.

Op weg en onderweg

De broeders gaan op weg, met enkele richtlijnen die we na kunnen lezen in de Regel: Zij mogen zich niets toe-eigenen, geen aalmoezen aannemen. En de een mag de ander zijn nood kenbaar maken. Het betekent terugvallen op de goedheid en gastvrijheid van de mensen. Ze zullen vreemdeling en pelgrim zijn én elkaars huisgenoten. Dat wordt vooral duidelijk in een dienende functie bij ziekte en als ze onderweg zijn. De broeders zullen in openheid door de wereld gaan, zuiver leren kijken en niets onwaardig vinden. Ook in de ontmoeting met de ander, zullen ze hun eigen broosheid leren (in)zien en tot integratie komen. Ook verwachtingsvol naar anderen zijn. Zo zullen de broeders een nieuwe weg zoeken. Alles wat er nodig is, is al door God gegeven. Hij is de inspirerende bron. Het is een geweldige vreugde dit te ontdekken.

Wij worden door Franciscus, die de standsverschillen doorbreekt, uitgenodigd ’bruggenbouwers’ te zijn: vriendelijk zijn voor vriend en vijand. Hij brengt met zijn voorbeeld een nieuwe samenleving op gang. Mede door zijn preken en werken aan vrede en gerechtigheid. Bruggenbouwers kunnen op de kritiek in de samenleving positief reageren: ’Zij moeten mild, vredelievend en bescheiden zijn, vriendelijk en nederig en met iedereen respectvol praten zoals dat hoort’ lezen we in de Regel. Zo had Franciscus oog voor conflicten. Hij ontweek die niet. Hij ging bijvoorbeeld naar de Sultan. Met ontmoeting en dialoog zijn ook de Tochtgenoten na de tweede wereldoorlog bruggenbouwers geweest tussen Frankrijk en Duitsland. Ze hebben gewerkt aan nieuwe verhoudingen voor de toekomst.

Kosmisch bewustzijn

Franciscus’ Zonnelied is een lied waarin zijn kosmische bewustzijn is uitgedrukt, zijn leven in verbondenheid met de hele natuur, die hij ervaart als ‘broeders en zusters’. Ook Celano schrijft over deze ervaring. Er komt in het Zonnelied een boodschap naar voren die nu nog actueel is. Zo is ook het vogelverhaal een oproep aan de mensen om God te danken en te dienen. Het is een door hem ontvangen inzicht aan het eind van zijn leven.

Verwerking

Na de lezing van Sjoerd hebben we aan de hand van een aantal vragen in kleine groepen onze indrukken uitgewisseld. Er werd een vertaalslag naar ons eigen leven en de wereld om ons heen gemaakt, een levenslang proces met vallen en opstaan. Dit om op onze eigen weg, ondanks tegenslagen en geďnspireerd door het evangelie en Franciscus, een nieuwe toekomst tegemoet te gaan.

Mia Versteege