2007 Internationaal Kapittel: Diez/Lahn, Duitsland

 

Verslag van het pinksterkapittel in Duitsland

Diez 2007

Annemieke van der Peet

Het Pinksterkapittel met als werktitel: ‘80 jaar Tochtgenoten van St. Frans’ is al weer twee weken achter de rug. Natuurlijk had ik dit verslagje meteen moeten schrijven, maar de dingen gaan nu eenmaal zoals ze gaan.

Als ik toen verteld had over Pinksteren in Diez dan zou ik uitgebreid beschreven hebben dat we in de voormalige boerderij van een kasteeltje verbleven. Een kasteeltje dat weer bewoond is en waar ’s avonds licht brandt. Ik zou verteld hebben over de uitstekende organisatie en over de inzet van een grote groep Duitse Tochtgenoten. Waarschijnlijk zou ik ook opgeschreven hebben wat we allemaal gedaan hebben:
-  de rondgang in groepjes langs zes aspecten van de Tochtgenotenbeweging, met als vervolg daarop ’s avonds de creatieve weergave tijdens het veillée met als titel: toen-nu-morgen;
-  het kapittel op zondag over stellingen. Maarten Nollen en ik leidden een gesprek over de relevantie van Sint Frans en zijn ideeën in deze tijd. We waren met zijn achttienen.

Het was een leuke, warme discussie waaruit bleek dat we de idealen van toen nu nog net zo navolgenswaardig vinden.
-  de wandeling langs stereotiepe afbeeldingen van Fransen, Spanjaarden enzovoort, die we moesten aanvullen met onze eigen associaties over elke volksaard.
-  het verjaardagsfeest op zondagavond, met hapjes, drankjes, een twaalf-koppig orkest, dans en disco.

Toch is dat allemaal niet wat me - zonder het programma er bij te nemen - is bijgebleven. Wat ik onthouden heb is dat er zo’n honderd Tochtgenoten bijeen waren en dat er meer dan de helft al op de vrijdag arriveerden. Het deed me goed te zien dat er zelfs Tochtgenoten uit Spanje, Zweden en Engeland waren. Het domein dat in een prachtige omgeving ligt staat me ook nog voor ogen, plus het feit dat we bijna voortdurend buiten zijn geweest.

Ik moet nog lachen om het toneelstukje over: ‘De Tochtgenoten in 2027’ en de internationale tocht met zes centrumgroepen en twee stergroepen.... Het verbaast me telkens weer dat de overtuigingen van individuele Tochtgenoten zo divers zijn, maar dat daar gewoon over te praten is: dat de overeenkomsten toch groter zijn dan de verschillen. Maar ik herinner me ook de gespannen gezichtjes van de organisatoren en vraag me af of dat wel nodig was: we zijn toch Tochtgenoten, er mag toch wel eens iets mis gaan of niet tot in de puntjes geregeld zijn? Waar is dan het avontuur?

En nu ik dit een paar dagen later overlees merk ik dat vooral het gevoel er toe doet: het gevoel Tochtgenoot te zijn met zovele anderen. En daarom rest me niets anders dan een welgemeend ‘dankjewel’ aan iedereen die daar ook was en een even welgemeend: Tot volgend jaar in Nivezé!

Boomvogels en manna in de woestijn

Kees Hoogzaad

Vieren is voor Tochtgenoten geen opgave maar gave! En gevierd werd er bij Diez! Zelfs het weer deed mee: droog op de cruciale momenten. Met Josef Gerwing als de dragende spirituele ondertoonaanbrenger (met kritische boventonen voor de goede verstaander) genoten we van een hecht doortimmerd weekend dat nergens geforceerd aandeed: Duitse tochtgenoten op hun pinksterbest!

Het begon met zes staties op schitterende overdekte locaties: Folliets visie van 1952 in Nederland bij het 25-jarig bestaan over wat ‘Tochtgenoot zijn’ inhoudt werd met verve gebracht door Winfried. Met name het kritisch, toen nog ‘katholiek zijn’, sprak mij aan.

Zelf konden we op een ballon onze idealen voor het voortbestaan van de Beweging formuleren en onze eerste schreden in de Beweging op een tijdbalk tekenen. Mijn eerste grote tocht in 1957 bleek samen te vallen met de geboorte van Herribert. Dia’s van schitterende schilderingen over het leven van Franciscus en Clara fristen ons geheugen op.

Het verloop van de discussie rond religie en politiek staat voor mij model voor een ideaal Tochtgenotendebat wat uitstekend door Tiny begeleid werd (gedisciplineerd vertalen, bravo!). Religie en politiek blijven belangrijke onderwerpen. ‘Zo goed, Nico?’ (Nico van Eijk was, zoals de meesten van jullie weten, degene die het superbelangrijk vond dat de politiek handen en voeten kreeg in ons Tochtgenoot-zijn. Red.).

De viering maandagochtend onder leiding van Josef vormde voor mij het hoogtepunt: In een boom (de wortels ervan, Folliet, Stock, Franciscus en Clara, waren al aan bod gekomen) vlogen vogels van verschillende pluimage, variërend naar leeftijd, nationaliteit en religie. Er was zelfs een vreemde vogel bij. Plakte een vogel niet goed en viel die van de boom dan voelde die zich kennelijk nog niet goed thuis in de Beweging. De boomvogels, wij allen, werden opgenomen in het verhaal van het overleven in de woestijn, dankzij het manna. ‘Is de viering al begonnen?’ vroeg Josef enkele keren. De lezing van de betreffende passage uit de bijbel vormde een soepele eenheid met het boomverhaal. Het van een tafel opnemen van de ongeconsacreerde hostie (manna) ervoer ik als een daad van (joods-)christelijke oecumene.

Applaus dus voor de ‘Gefährten’ en hun helpers/vertalers

Dat een aanzienlijk deel van mijn biologische familie ook aanwezig was maakte dit pinkstergebeuren voor mij helemaal feestelijk.