1927 - 2007 : 80 Jaar Tochtgenoten

 

Oudere en jongere Brabantse Tochtgenoten aan het woord

Riky Dörfel: ‘Een wonderlijk warm gevoel’

Op 22 februari was ik aanwezig op de dag van de Brabantse Tochtgenoten in Boxtel bij Annie van Berkel. De dag werd ingeleid door Wil Bos waarvan we tevoren al de volgende uitnodiging hadden ontvangen:

In het kader van het 80-jarig bestaan van de Nederlandse Tochtgenotenbeweging wilde ik jullie voorstellen om jezelf eens af te vragen:: ‘Hoeveel jaren ben ik al lid van de Tochtgenotenbeweging en wat heeft dat met mijn leven gedaan? Heeft het mijn leven beďnvloed? Wat heb ik ervan meegenomen?’ Deze ervaringen kunnen we dan in een gesprek met elkaar delen. Zo mogelijk kunnen we er ook iets over opschrijven.

Op de dag van samenkomst werden eerst de brieven voorgelezen van de mensen die niet konden komen. Er waren Tochtgenoten bij die al vanaf 1942 lid waren en de oorlogstijd hadden meegemaakt. In verband met samenscholingsverboden mochten er toen geen bijeenkomsten zijn. Ze schreven hoe het was om dan in kleine groepjes bij elkaar te komen op diverse plaatsen.

Een andere Tochtgenoot vertelde dat hij in de oorlogsjaren als achttienjarige werd opgeplakt om in Berlijkn te gaan werken. Na veertien maanden kreeg hij twee weken verlof om naar Nederland te gaan. Met behulp van een agent dook hij onder bij een Brabantse boer. Daar bleef hij tijdens de oor-logsjaren. Hij verlangde naar zingeving in zijn leven en kwam via een klein artikeltje in de krant bij de Tochtgenoten terecht. Sindsdien voelt hij zich opgenomen. Hij is blij met gelijkgestemde mensen te kunnen praten.

Weer een andere Tochtgenoot is inmiddels opgenomen in een verzorgingstehuis. Zijn vrouw schrijft dat ze hun hele leven de band met de Tochtgenoten hebben behouden. Hun beider moitivatie: proberen te leven met Fran-ciscus als voorbeeld.

Ook de humor ontbrak niet. Een Tochtgenote vertelde dat de jongens en meisjes door middel van een groot gordijn ’s avonds gescheiden werden, behalve een bijna blinde Tochtgenoot. Hij mocht wel bij de meisjes slapen.

Helaas moest ik eerder weg, dus heb ik niet alle verhalen gehoord, maar ik heb aan deze dag een wonderlijk warm gevoel overgehouden. Zoiets als wat mijn ervaring was toen ik voor de eerste keer met de Tochtgenoten meeging. Die warme deken die om je heen gelegd wordt en die je dankbaar maakt dat je bij deze Tochtgenoten was en hun verhalen mocht aanhoren. Wat fijn ook dat wij, als Tochtgenoten elke keer weer welkom zijn bij een Tochtgenoot thuis en dat we daar met elkaar kunnen praten, elkaar bemoedigen tot in lengte van jaren. Vrede, Vreugde en alle Goeds!

Riet Swagemakers: ‘Blijheid als motto’

Ik denk, dat ik vanaf mijn 20ste jaar bij de Beweging was. Nu ben ik bijna 80. Hoe het toen precies was dat weet ik niet meer. We waren met een aardig groepje en trokken vaak door de Brabantse natuur in het weekend. Regelmatig met hier of daar een overnachting na een heerlijke maaltijd. Er werd heftig gediscussieerd en gezongen. Toos Vermeer en Ans Couwenberg (hun meisjesnamen) waren daar (dacht ik), ook bij. Jos heeft mij eens een foto gegeven, waar wij drieën op staan. Het was een echte franciscaanse tocht: zingen, praten, genieten van de natuur, vrolijkheid. In vergelijking met nů was het toen primitief: bij boeren slapen in het hooi met alleen een pomp op het erf. Ik herinner me van een keer dat het geweldig en prachtig weer was. Toen ik trouwde met Huub is de aandacht verslapt omdat we midden in het zakenleven gestort werden, kinderen kregen en een lastige onteigening meemaakten. Via Anna van Buuren zijn we weer bij de Beweging gekomen.

Toch heeft de franciscaanse levensstijl ook onze wijze van leven steeds beďnvloed. Blijheid als motto, daarbij eenvoud, barmhartigheid, tevredenheid, geen poespas, dankbaarheid en de rust van de natuur opzoeken. Soms denk ik in deze moeilijke tijd: Waar haal ik toch steeds de energie vandaan om vol te houden? Ik leef nu met herinneringen, vooral de mooie, diepe franciscaanse momenten van vroeger.

Nol Zuiderwijk: ‘Het heeft mijn leven gelukkig gemaakt’

Hoe kwam ik aan de Tochtgenoten? In de Maasbode, de krant in 1947, stond op de voorpagina een mededeling: Tochtgenoten naar België onder leiding van Guus van Puijenbroek. Deze eerste keer was zo naar mijn zin geweest, dat ik me opgaf voor de volgende tochten. Na deze tocht volgden er nog veel meer vanuit Poeldijk, later vanuit Terheiden aan Zee. Na mijn huwelijk met Riet van den Berg (nu al bijna vijftig jaar!) vanuit Veghel in Brabant, waar we nu wonen. Later gingen we met de drie kinderen de plaatsen opzoeken waar ik geweest was, zoals o.a. Italië, natuurlijk Assisi, naar Sint Frans met heel veel paters. Het heeft mijn leven gelukkig gemaakt. Na zoveel jaren kan het niet anders.

Joyce: ‘Ik probeer hem (Franciscus) na te volgen’

Ik weet niet hoelang ik al lid ben van de Tochtgenotenbeweging. Verering en bewondering heb ik voor Franciscus. Ik probeer hem na te volgen.

Piet en Truus van de Hout; Truus: ‘Op een tocht getrouwd!’

Toen ik de Tochtgenoten leerde kennen was Maria Lammers leidster van onze jeugdbeweging, die door de Duitsers verboden werd. Kerstmis ’44 heb ik de eerste viering meegemaakt bij de zusters in Ommel. Eerste grote Tochten in ’47 en ’48 van Eindhoven naar Roermond en omgekeerd. Er waren ook Franse meisjes bij. Je moest lid zijn van de Derde Orde om je tochtgenotenbelofte af te leggen. Waar dat ben ik vergeten. Na de Rome-Assisireis, waar Piet ook bij was en ook zijn zus en zwager Riet en Gerrit, kreeg ik verkering met Piet. In 1957 op een tocht naar Den Bosch zijn we getrouwd en naar Nieuw-Guinea gegaan. Tijdens ons verlof in 1962 zijn we met een internationale tocht mee geweest (onze 3 kinderen waren bij oma en zus). Nog een keer ben ik met een gezinstocht meegedaan in Oudenbosch. En bij het 60-jarig bestaan van de Tochtgenoten zijn we naar Zweden geweest met Wim en Toos Hoogwinkel-van Meer. Daarna is groep Brabant ontstaan. Voor oudere Tochtgenoten, die niet meer mee konden lopen en ook jongeren.

Enkele opmerkelijke bijzonderheden Truus en Piet van de Hout, Vincent en Bernadette Kroese en ook Arnold en Ria van Klaveren zijn alle zes op een tocht getrouwd. Do en Guus van Puijenbroek hebben zich op een tocht verloofd.

Wil Bos: ‘... erbij aangesloten om nooit meer weg te gaan.’

Ik weet, dat er Tochtgenoten zijn vanaf de eerste oorlogsjaren, want mijn oudste zus was erbij. Toen ik met Joop verkering kreeg bleek, dat ook zijn zus lid was van de Tochtgenotenbeweging. Zij waren beiden aangesloten bij de Haagse Groep. Toen wij gingen trouwen in 1951 was het Internationaal Pinksterkapittel in het Jezuďetencollege in Den Haag. Wij zijn daar eens heen gegaan. Toen men daar hoorde, dat wij over tien dagen zouden trouwen en op huwelijksreis naar La Salette wilden, was onze reis in een mum van tijd georganiseerd: van ontvangsten en slaapplaatsen tot en met uitgestippeld vervoer. We hebben zelfs in Lyon een Franse Kapitteldag meegemaakt. Daar hebben we Joseph Folliet ontmoet en de Franse Tochtgenotengeest geproefd. Toch heeft het nog tot 1956 geduurd voordat wij, toen wonend in Rotterdam, ons bij de Beweging aangesloten hebben. Om nooit meer weg te gaan! We hebben vanuit Purmerend in Utrecht met Ids Jorna, Jeanne Bartelds en Jos ...... in de Kapittelcommissie gezeten. Ook heb ik jaren met de Stuurgroep mee mogen werken. Heel fijn vond ik dat. Nu ben ik graag bij de Brabantse groep. We zijn met een twintig leden en komen drie keer per jaar bij elkaar bij iemand thuis. Toch ga ik ook graag naar nationale activiteiten. Ik heb al dertien internationale tochten mee mogen maken. Dat zijn belevenissen op zich!

Jean Deheu uit België schreef naar Wil Bos

Hij schreef dat hij nog heel veel aan de Brabantse bijeenkomsten dacht en dat hij en Colette het heel erg jammer vinden, dat zij niet meer in staat zijn om er naar toe te komen.

Bernadette van Aalst: ‘De Tochtgenoten waren mijn thuis’

Als alle Tochtgenoten van de afgelopen tachtig jaar hun visie geven wordt het toch een heel boek. Daarom de mijne wat kort en kernachtig: ‘Tochtgenoten, 80 jaar’: Ik liep mijn eerste weekendtocht 56 jaar geleden. Ik was toen zeventien. Ik kan wel zeggen dat de Beweging een groot deel van mijn vorming heeft bepaald. De Tochtgenoten waren mijn thuis. De afgelopen dertig jaar ging mijn pad een iets ander parcours. Toch bleef de richting gelijk. Het idee van de Weg kwam ik ook tegen in het Taoďsme en in de Tai chi. De spiritualiteit, de eenvoud, de vriendschap, de gastvrijheid blijven het nastreven waard. Toen ik, na een heel lange tijd, aan een centrumtocht deel-nam, voelde ik me net weer zo thuis als in het prilste begin. Om mijn manier wil ik met jullie mee blijven lopen.

José van Puyenbroek: ‘.. ervaring, die ik voor geen goud had willen missen’

Door het enthousiasme van mijn broers Gust en Frans en schoonzus Do kreeg ik ook belangstelling voor de Tochtgenotenbeweging. Eerlijkheidshalve moet ik ook bekennen, dat de romantiek van, zowel de kleine als grote tochten, mij trok. Ik zag dat als een avontuur! In 1948 werd ik lid van de Beweging. In die beginperiode was ik ook nog actief als leidster van een gidsengroep. Ik moest de beschikbare tijd verdelen. Later, in opleiding voor verpleegkundige nam ik, als mijn werk dat toeliet, actief deel aan de tochten. Het plannen van vakantie voor deelname aan grote tochten was soms problematisch, omdat ouderejaars en gediplomeerde verpleegkundigen de eerste keus hadden. Soebatten was soms nodig.

Wat heeft het met mijn leven gedaan? Heeft het mijn leven beďnvloed? Ik denk het wel. Ik denk bijvoorbeeld alleen al aan de ontmoetingen met mensen van allerlei slag, mensen heel divers en met veel verschillende kwaliteiten; het ervaren van goedheid en vriendschap, het samen delen van de ongemakken, het slapen in het hooi, de vaak hartverwarmende ontvangst op een boerderij, het ontdekken van een andere wereld, een andere leefwijze, andere gewoonten, om nog maar niet te spreken van de kapittels, die gelukkig niet allemaal hoogdravend waren; de vriendschappen die ontstonden uit oprechte belangstelling voor elkaar. Dat alles is een rijke bron aan ervaring, die ik voor geen goud had willen missen.

Wat heb ik eraan overgehouden? De vreugde van het weerzien, de vreugde van het samen zingen, een grote internationale liederenschat en enige vriendschappen. Maar ook de herinneringen aan de vreugdevuur en de melancholie van het uitdovende vuur. Nu ik ouder word laat ik mijn leven wel eens de revue passeren. Ik denk vaak aan mensen die voor mij van betekenis zijn geweest.

Je suis fičre d’ętre compagnon’ (ik ben trots Tochtgenoot te zijn). Passief, maar toch.

Loek Post: ‘Je weet altijd waar je hulp kunt verwachten’(Wil Bos geeft het verhaal van Loek Post weer:)

Via haar zus Jos (die toen Alie heette) hoorde Loek van de Beweging. Het was in 1952. Alie (Jos) hoorde bij de groep Rotterdam-Gouda. Loek werkte in ‘Huis ter Heide’. Ze maakte een keer een weekendtocht mee met Groep Utrecht. Het sprak haar wel aan. Ze was vooral onder de indruk van het gemak, waarmee men met elkaar omging, de acceptatie en de hartelijkheid. Per trein vanuit Frankrijk terugkomend van een grote tocht heeft zij Hans, haar latere echtgenoot, leren kennen. Het was de eerste tocht van Hans. Daarna hebben zij samen nog wel aan meer grote tochten deelgenomen. Ze brachten ook familieleden mee. Heel positief vindt Loek dat je, wanneer je in de knel zit altijd weet waar je hulp kunt verwachten. Ook heeft het op haar indruk gemaakt dat er zoveel Tochtgenoten aanwezig waren op de begrafenis van Hans.

Annie van Berkel: ‘Het... heeft mijn mijn blikveld verruimd...’

Ik ben tochtgenoot vanaf 1994. Het leven van Franciscus inspireerde en boeide me al voordat ik ik Jacqueline Henderickx ontmoette. Zij vertelde me over de Pinkstervoettocht en over de Tochtgenoten. De Internationale Tocht vond dat jaar (1994) plaats in Ossendrecht (West-Brabant). Het was drie jaar na het overlijden van Kees. Ik was zoekende naar inspiratie en nieuwe zingeving voor mijn leven alleen. Ik heb het gewaagd om me voor die tocht aan te melden. Behalve Jacqueline kende ik niemand, maar ik voelde me welkom. De sfeer van gastvrijheid deed mij goed. Ik voelde me al heel gauw thuis en opgenomen in de Tochtgenotenfamilie.

Het Tochtgenoot-zijn heeft mijn leven verrijkt, mijn blikveld verruimd en meer geestelijke bagage gegeven. Ik voel me op weg in het leren zien waar het echt om gaat in het leven. Met al mijn mogelijkheden en beperkingen kan ik kiezen voor een christelijke, sociale en sobere leefstijl. Daarbij zijn de spiritualiteit van Franciscus en het leven van Jezus mijn inspiratiebronnen.

De onderlinge vriendschap en saamhorigheid tijdens de internationale tochten, en ook bij alle andere bijeenkomsten, ervaar ik alsof wij, als Tochtgenoten, één grote familie vormen. Ondanks al mijn taalbeperkingen mag ik er zijn en voel ik dat ik ook contact heb met (anderstalige) mensen. Dat vind ik heel bijzonder.

Veel goede vrienden heb ik sinds die eerste tocht op mijn pad mogen ontmoeten. Mensen die omzien naar elkaar en er voor elkaar willen zijn in broeder- en zusterschap. Ik hoop zo nog een tijd als Tochtgenoot mee te mogen lopen in de voetsporen van Franciscus en al die anderen die ons zijn voorgegaan.

Lea Woutersen: ‘De tochten waren voor mij een verademing’

Ik ben met Kerstmis 1942 voor het eerst met een kleine tocht meegegaan. In die tijd moest je achttien jaar zijn. Dat was ik drie weken later pas. Fien Driessen uit Asten was de leidster van de groep Ommel. Er waren toen drie groepen in Brabant. Ik heb er veel geleerd. De groep was en grote steun voor mij in de oorlogsjaren. Na de oorlog waren de grote tochten trektochten van de ene plaats naar de andere. De kapittels hadden meestal als onder-werp een stuk uit de Bijbel en hoe Franciscus dat beleefde. De tochten waren voor mij een verademing. Even weg uit de sleur van studie en werken. Terug in de natuur, lopen met gelijkgestemde mensen. In 1952 moest ik de tochten opgeven. Het werd te zwaar. Veel later via Truuus en Piet van de Hout kreeg ik weer de Roep van de Weg. Zo ben ik bij de ouderenzorg gekomen. Hier in huis snappen ze er niet veel van. Jammer! Ik kan niet onder woorden brengen wat Tochtgenoot zijn voor mij betekent. Ik hoop, dat je het kunt begrijpen.

EENS TOCHGENOOT- ALTIJD TOCHTGENOOT!

Duidelijk is het wel dat Tochtgenoot-zijn een heel belangrijk gegeven is geweest in al deze levens. Leve de oudere getrouwen!

Gaat ook dit verhaal door?

Zijn er andere Tochtgenoten (oud of jong of bij de ‘middenklasse’) die iets willen vertellen over hun eerste kennismaking met de Beweging en hoe zich dat ontwikkeld heeft in de loop der jaren.

Alle reacties zijn welkom bij de redactie.