2007 Internationale Tocht: Assisi, Italië

 

Verslag van de avonturengroep deel 1

22 t/m 26 juli 2007

verslag en foto’s van Ricky Rieter

Zondag, 22 juli: Vertrek vanuit Megen via Maashees naar Venlo

De stilte van de morgen

In de vroege morgen vertrek ik, te voet. De nacht maakt plaats voor de dag. De lucht kleurt zich in een snel veranderende mengeling van tinten. Het warme rood trekt de aandacht naar zich toe. Een opgeschrikt haasje wipt ritmisch over de velden totdat het zich veilig voelt. De schapen liggen nog rustig te kauwen terwijl de jonkies al overeind zijn. Twee poezen op vrijersvoeten hebben hun pleziertje al weer achter de rug. Ze gaan allebei een andere kant uit, huiswaarts. Wit-zwart gekopte meeuwen bevolken een weiland. Een enkeling vliegt op. Het water van het kanaal weerspiegelt de inmiddels opgekomen zon, maar ook een donkere wolk. Het ene paard schuurt de nek van het andere.

Zo vordert de weg en kom ik aan op het volkomen lege station te Oss. Is de trein net weg? Ik ontdek dat ik een uur te vroeg ben. Op zondag wordt er later gestart bij de spoorwegen. Niets gewonnen, niets verloren. Wachten wordt creatief in mijn pen die geduldig mijn ochtendwandeling volgt. Nu rust ik uit bij het driftig gekwetter van een vogel.

(JPG)
Alles wat je niet meeneemt is meegenomen.

Station Venray, wandeling naar Geysteren, Eucharistieviering, naar Diny en station

Ik stap uit in Oostrum en loop naar Geysteren waar ik net op tijd ben voor de Eucharistieviering. Het bezoek van de drie engelen aan Abraham, gastvrijheid. Een boeiende preek waar ik toch weinig van onthouden heb. Gastvrijheid vind ik ook bij Diny die daarna met me mee terug loopt richting station, bestemming Venlo.

(JPG)
Op het station in Venlo

Enkele Tochtgenoten zijn al gearriveerd. Anderen druppelen binnen of worden gebracht door familieleden. Nieuwe namen, nieuwe gezichten: Leone, Jeanne, Melissa, Annette en nog een Annette, José, Evert en Nel. Via Düsseldorp reizen we naar München. Vandaar op de slaaptrein. Slapen in de trein is een beleving apart waar ik altijd van geniet. Heerlijk wiegen op de cadans, wakker schrikken bij een stop, en weer in slaap gewiegd worden... Zoiets gebeurt niet alle dagen.

Maandag, 23 juli: Vervolgreis en aankomen in Santa Maria degli Angeli

We gaan via Rome waar we over moeten stappen om in noordoostelijke richting naar de plaats van bestemming te reizen: Santa Maria degli Angeli. We verblijven in een school, een groot gebouw met een enorme zaal, aangrenzend een ‘speelplaats’ die in de nacht door velen zal worden verkoren tot slaapplek. Binnen is het warm en we zijn met velen.

(JPG)
Onze eerste overnachtingsplaats in Santa Maria degli Angeli

Ontmoetingen met Tochtgenoten, overal vandaan. Een mengeling van talen, gezichten. Vandaag zijn we aan onszelf overgeleverd wat natje en droogje betreft. Ik besluit naar Assisi te lopen. Leone en José lopen mee. Ik beloof hen een stil weggetje te wijzen. We gaan naar de San Francesco. Voor de hoeveelste keer ben ik er, ik weet het niet meer. De sfeer van de benedenkerk trekt me mijn eigen binnenkant in. Hier hangt een mysterie, door velen herkend of aangevoeld. Het is er stil...

We eten nog ergens een slaatje en lopen terug, zoeken onze slaapplek op.

Dinsdag, 24 juli: Officiële start/Openingsviering, op naar Torr’ d’Andrea

Tegen de morgen krijg ik het koud in mijn slaapzak. Zo vergaat het ook anderen. Sommigen zijn al naar binnen verhuisd. Om 6.10 uur sta ik op. Ik loop in dit stille ochtenduur naar San Damiano, mijn favoriete plekje, de weg zoekend zonder eerst naar Assisi op te stijgen. Ik kom aan als de Eucharistieviering juist begonnen is. Het kleine kerkje zit helemaal vol. In het voorhalletje zijn wat plaatsen. Een vrouw die hier bekend is staat haar plaats aan mij af. Wat bijzonder. Ik schaam me er wat voor. Van de woorden versta ik nauwelijks iets. Mijn Italiaans is onderontwikkeld. Wat ik wel versta is het begin van de overweging: Fratelli e sorelli, ‘broeders en zusters’. Broederschap en zusterschap is het wat wij gaan beleven in het samen onderweg zijn.

Ik maak nog een paar foto’s. Achterin de kerk is de nis (fresco) waar Franciscus het geld in gooide. De priester wilde het niet aannemen omdat hij bang was het aan de stok te krijgen met de vader van Franciscus. Op een van de fresco’s is te zien dat hij die stok wel in de hand had, niet voor de priester, maar voor zijn ‘opstandige’ zoon. In dit kerkje bad Franciscus voor het kruis het volgende gebed - we zien het op een ander fresco. Vanuit het kruis kwamen de woorden tot hem: ‘Ga, en herstel mijn huis’.

Hoogste, roemrijke God, verlicht de duisternis van mijn hart, geef mij een oprecht geloof, een vaste hoop, een volmaakte liefde en een diepe nederigheid Geef me de kennis en het onderscheidingsvermogen om uw waarachtige en heilige wil te volbrengen

Ik loop via Assisi terug en passeer de Porta Nuova, een van de ingangspoorten van de stad. Erboven staat de Zegen die Franciscu over de stad uitsprak.

(JPG)
Porta Nuova.

Even wat etenswaar gekocht en een vrucht, want vanavond begint ons eigenlijke deel pas, waarin we gemeenschappelijk voor het eten zorgen. Ik koop een zonnehoed met een wat bredere rand dan mijn witte hoedje. Om 11 uur kunnen we ons inschrijven en later in de middag wordt ook de groepsindeling bekend. Het grote schema met lijnen geeft de verschillende mogelijkheden aan. De keuze hebben we al eerder gemaakt. Bij één lijn staan vraagtekens. Dat zal de Avonturengroep zijn. Deze groep draagt de naam Fede (Geloof). Daar hoor ik bij. De andere namen van de groepen zijn:
-  Pace (Vrede),
-  Amore (Liefde),
-  Perdona (Vergeving),
-  Speranza (Hoop),
-  Luce (Licht),
-  Goia (vreugde).

Ik ontdek dat de namen genomen zijn uit het bekende gebed dat aan Franciscus toegeschreven wordt:

Heer, maak mij een instrument van uw vrede Heer, maak mij een werktuig van uw vrede: laat mij, waar haat is liefde brengen, waar belediging is vergeving, waar tweedracht eensgezindheid, laat mij, waar dwaling is waarheid brengen waar twijfel is geloof, waar wanhoop is hoop, waar duisternis is licht, laat mij waar verdriet is vreugde brengen. Heer, maak dat ik er meer op uit ben te troosten dan getroost te worden, te begrijpen dan begrepen te worden, te beminnen dan bemind te worden, want door te geven ontvangen we, door onszelf te vergeten, vinden wij, door te vergeven krijgen wij vergiffenis, door te sterven, ontvangen wij het eeuwige leven. Geef vrede, Heer!(gedachtegoed van Franciscus van Assisi)

Terwijl de leidinggevenden aan het vergaderen zijn brengen de anderen hun tijd op eigen wijze door: musiceren, met elkaar praten, een boodschap doen, wat wandelen, naar Portiuncula gaan, een kioskje bezoeken, slapen... Als alle zakelijke dingen zijn geregeld is er buiten een Openluchtviering, waarin met symbolen een universele taal gesproken wordt.

OPENINGSVIERING
-  Lied: Singt dem Herrn ein neuse Lied.
-  Welkom door Göran Werin, de internationale leider en deze keer ook onze groepsleider.
-  Symbolen: een schaal met een handvol aarde uit Assisi als eerbied voor de grond waarop Franciscus geboren werd, een geweven tas met olijfhouten kruisjes, symbool van vrede, een paar sandalen, als symbool van de Tochtgenoten.
-  Tekst: Gen.8,1.5-6.8-11.18-22 (fragmenten uit het verhaal van de ark van Noach) God zal de aarde blijven zegenen
-  Testament 23-24: De Heer onthulde mij dat dit onze groet zij; ‘De Heer geve u vrede!’ De broeders moeten zich ervoor hoeden kerken, onderkomens - zelfs armoedige - of wat er ook voor hen gebouwd moge worden, te accepteren, tenzij deze stroken met de heilige Armoede... en zij dienen altijd gasten, pelgrims en vreemdelingen te blijven (vgl. 1 Pe.2,11).
-  Lied: Laudate si
-  Zegening van de aarde met gebed van Sheana
-  Lied: Il Signor è la mia forza
-  Uitleg van de symbolen en uitreiking van de kruisjes aan de leiders van de groepen, die ze vervolgens uitdelen aan de eigen groepsleden. Eigenlijk met de zegen, maar die blijft achterwege: De HEER zegeen en beware u!.. Hij tone u zijn gelaat en geve u vrede! Num.6,24-26
-  Lied: Chante Alleluia au Seigneur

Ik zit tijdens de viering naast Renée, een Française. Ze is negentig jaar of wat ouder, onze jongste deelnemer of deelneemster is dacht ik een jaar en een paar maanden.

17.30 uur vertrek van de groepen naar de eerste bestemming. Intussen kennen we onze groepsgenoten: vier Nederlanders: Oscar, Esther, Frans en ik; vier Zweden: Göran (leider), Mona-Lis (kapittelleidster), echtpaar Christer en Lilibeth; vier Spanjaarden: Antonio (spiritueel leider), Gillermo (troubadour, samen met Esther), tevens uitstekende tolk, Myriam en Ana-Marie (een jongere); twee Fransen: Marie-O (mère) en Pierre (priesterstudent); Duitse jongeren: Renana, Patrick, Leyla. Een wasknijper fungeert als naam sticker.

Vandaag een korte afstand over verharde weg, niet spectaculair. Het is maar vier kilometer naar Torr’ d’Andrea (toren van Andreus). We nemen een grote kar mee die getrokken moet worden. Daarin komen de keukenspullen en we kunnen er telkens de boodschappen in vervoeren.

(JPG)
Met onze kar op weg.

Het parochiezaaltje is eenvoudig. Er is een keuken en een douche. Mona-Lis heeft last van haar teen die omgeknakt is bij de drempel in Santa Maria degli Angeli. Ik heb arnica bij me. Hopelijk helpt dat. De teen is behoorlijk opgezet. De pot schaft spaghetti met tomatensaus en kaas. Meloen na. Voorstellings- en verwachtingsronde: naam, uit welk land komen we, welke talen spreken we, en wat verwachten we? Ik slaap deze nacht weer buiten in een klein naburig parkje. Nog vijf anderen doen dat.

Woensdag, 25 juli: naar CANNARA

Vroeg opgestaan, weer was het wat koud tegen de morgen. Gymnastiekoefeningen gedaan, eerst alleen en na het ontbijt met de groep. Het lokaal opgeruimd en schoon achtergelaten. Pruimen gekocht bij het marktkraampje tegenover de kerk. Oscar controleert alle keukengerei. ‘Opdracht’ van zijn moeder die zo vaak ‘mère’ was en weet hoe belangrijk het is om zaken na te gaan en te tellen. Er zit een keurige lijst bij en alles is gemerkt met NL. De keukenploeg doet intussen inkopen.

Opening: Qua spirituele inbreng is er in alle talen een klein handzaam boekje gemaakt met korte teksten voor elke dag, geïnspireerd op het Zonnelied. De eerste dag staat de zon zelf centraal. Antonio vertelt er wat over en Gillermo vertaalt.

Zon

De zon straalt van uw licht, zij brengt de nieuwe dag, verdrijft ieder duister van de nacht. ‘Hij laat zijn zon opgaan over slechten en goeden..’ Mt. 5,44 ‘De hemel roemt de heerlijkheid van God.. Ps. 19. Noem zondagen/ zonnige dagen in jouw leven!

Dit zijn wat handreikingen waar we zelf wat over kunnen mijmeren. De zon is ons gewillig, te gewillig misschien. Oef, wat is het heet. En waar is de schaduw? Waar zijn de bomen?

Een paar zonnebloemen op het veld staan er in alle pracht. Verder is de tocht zeer eentonig. Ook weer een korte afstand en over verharde wegen, met veel stops onderweg. Nee, wat tocht betreft niet vergelijkbaar met de tochten die ik met Diny maak. Dat had ik ook niet verwacht hoewel ik toch minstens een beetje meer mooie paadjes had verwacht.

(JPG)
Een verdwaalde zonnebloem.

Ik probeer met de donker kijkende Myriam contact te krijgen. Dat valt niet mee. Ze beheerst nauwelijks enkele zinnen Engels, heeft de Internationale tocht al wel meerdere keren meegelopen, vier of vijf keer, meer dan ik (ik: eenmaal eerder in Zweden). Later hoor ik dat ze heel kunstzinnig moet zijn. Ik heb het op deze tocht echter niet gemerkt. Ze is pas 31, maar lijkt eindeloos veel ouder. Wat zou ze allemaal meegemaakt hebben, vraag ik me af...

We lopen een stuk langs het water, de Topino, die verscholen ligt achter een hoge dijk. Was het hier niet dat Franciscus preekte voor de vogels (omdat de ménsen toch niet wilden luisteren?) We komen, vlak voor Cannara bij een parkachtig terrein met verspreid staande bomen, hier en daar een bank, daarnaast een tennisveld, in de buurt een kraan, en wat speelapparaten voor kinderen. We vleien ons neer. Door enkelen wordt de lunch voorbereid. Ik ga intussen op zoek naar een brievenbus in het stadje. Dat is een puzzeltocht. Het postkantoor is gesloten, maar uiteindelijk kom ik aan een postzegel en vind de brievenbus. Bij het sportterrein zijn douches waar we, ongevraagd, gebruik van maken. De lunch is klaar, wordt genuttigd, waarna de siësta. Ik ben nog niet gewend aan het houden van een siësta en ga even mediteren bij het vrolijk gefluit van de vogels. Het dagthema: ‘de zon’ gaat door me heen, hier op dit schaduwrijke plekje. De ‘zon’ mogen we doorgeven aan elkaar. En zoals de zonnebloem meedraait naar de zon, zo zal ik me telkens keren naar de Zon om weer opnieuw ervan uit te kunnen delen.

Kapittel Mona-Lis geeft elke dag een thema aan. Vandaag handelt het over het PELGRIM ZIJN. We leren een lied, dat we elke dag zullen herhalen:

The morning had come, night is away, rise with the sun and welcome the day

Dan krijgen we een opdracht rond het pelgrim zijn, ter bespreking met iemand uit de groep. Ik doe het met Marie-O, Française, maar ze begrijpt dat ik liever Engels praat. Ze is lerares Duits, dus dat heeft háár voorkeur. Ik schakel om. ‘Wat is de beste ervaring op een pelgrimsweg, wat de slechtste?’ Moeilijk te beantwoorden vragen. ‘De onderlinge communicatie is het allerbeste’ vindt Marie-O. ‘De aanpassing’ is mijn ervaring. Zonder dat heb je geen ‘leven’, want de meeste dingen gaan anders dan je gewend bent. Het slechtste: als de sfeer niet goed is, daar zijn we heel eensgezind in. Daarna een speels element. We gaan boompje verwisselen en hebben er veel lol in. Hoe lang is het geleden dat we dit deden? En hoe leuk is het! De achterliggende gedachte is: durven we zekerheden los te laten? Dat is namelijk een element van de pelgrimage.

De tijd vordert. We kunnen intussen terecht bij de pastorie, waar een zaal tot onze beschikking staat, weer met een naburig park. Pierre en ik gaan nog naar een Eucharistieviering die juist wordt opgedragen. Vandaag is het feest van Jacobus, dé pelgrim die ook ons ten voorbeeld is.

Weer wordt er gekookt en gegeten, elke dag een andere ploeg die dan voor avondeten, ontbijt en lunch zorgt met de bijbehorende boodschappen. Het te besteden bedrag is vijf euro per persoon, per dag. Intussen zie ik Marie-O op een stoepje zitten fluiten, Frans ernaast met het notenboekje.

(JPG)
Marie-O en Frans.

In de avond doet Gillermo wat spelletjes met ons. Dan zoeken sommigen van ons in het park weer een slaapplekje op. Bij die sommigen hoor ik ook. Heerlijk is dat, buiten slapen, hoewel we hier nog lang het geraas van de auto’s horen. Het park ligt tegen een drukke verkeersweg aan.

Donderdag, 26 juli: ‘Avventura’-dag. Waar vinden we een slaapplek??? (SPELLO)

Vandaag wordt het onze beurt om te koken: Frans, Oscar en ik, de Nederlandse ploeg. (Esther die zich de eerste dag al niet lekker voelde is een paar dagen naar de familiegroep. Ze zal weer terugkomen als het beter gaat). Voor de lunch is er voldoende voorradig. Overgebleven spaghetti kan verwerkt worden. De boodschappen doen we pas later. Dan is de kar minder zwaar om te sjouwen. We willen op tijd vertrekken, maar de start verloopt dagelijks traag.

Dagthema: MAAN EN STERREN

Oneindig hun aantal, zo oneindig, God, net als U. De sterren en de maan op hun baan in de nacht, zij glanzen als zilver, en zo aanbidden zij U. Het nieuwe Jeruzalem schittert van Gods heerlijkheid (Openb. 21, 22) en er is een verband tussen de heerlijkheid van de Schepper en de waardigheid van de mens (ps. 8). Aan het begin van de avond of voor het slapen terugblikken op de afgelopen dag. Ben ik een lichtpuntje geweest in het leven van een ander?

Voordat we vertrekken worden we uitgenodigd om ons in één rij op te stellen. Aanvankelijk denken we dat het is omwille van de verkeersveiligheid. Vaak moeten we achter elkaar lopen. Maar hier steekt meer achter. Er wordt geheimzinnig bij gekeken. Daar gaan we dan. Frans leidt ons naar de glijbaan en laat ons starten, met rugzak en al, via die glijbaan. Het initiatief is van Göran die zelf het voortouw neemt... Lol!

(JPG)
Met z’n allen op de glijbaan.

Ook vandaag weer verharde, vlakke weggetjes. Met de kar kan het niet anders. En de zon is ongenadig, nog ongenadiger dan gisteren. Het is moeilijk om er dankbaar voor te zijn. Bij een van de vele pauzes lees ik het epistel en evangelie van de dag in het Frans, want Pierre heeft een dun boekje met alle teksten bij zich. Aan de ‘kleinen’ zal het geopenbaard worden. Franciscus was zo’n ‘kleine’. Daarin was hij groot. En wij vinden het maar moeilijk om ‘klein’ te zijn, om geen oplossingen te weten, om niet te weten waarheen, om in onzekerheid te zijn. Onderweg zien we elke dag het mooie Assisi liggen, lieflijk tegen de berg Subasio gevleid. Die stad van Sint Frans, - hier is het toch allemaal om begonnen - nodigt ons uit om dichterbij te komen, maar we blijven er omheen cirkelen, een plagend spel van onze route-makers. Of zijn ze zich van geen kwaad bewust? De kar trekken is de uitdrukking, maar soms duwen we hem. Nu eens de een, dan weer de ander, en sommigen nooit om welke reden dan oo: vermoeidheid, geen oog hebben voor, niet op het idee komen, bang het niet te kunnen, er niet voor gevraagd worden... Op vlakke wegen is het niet moeilijk hoewel je armspieren toch wel wat aan moeten kunnen.

Het kapittel heeft vandaag als thema EENVOUD EN NEDERIGHEID. Er worden teksten voorgelezen van Joseph Folliet. Ik herinner me niet meer of we daar nog wat mee gedaan hebben. Het ging mede over het onderscheid tussen het een en het ander. We doen nog een aardig spel met stenen die ritmisch van de ene hand op de andere doorgegeven moeten worden, waarbij er simpele en ingewikkelde kruisingen aan te pas komen. Al oefenend krijgen we er steeds meer plezier in.

Vandaag wacht ons een verrassing is ons beloofd. Die wordt zorgvuldig tot het einde toe geheim gehouden. Eerst nog de lunch. Hoe vinden we een schaduwrijke lunchplek? We kijken over de vlakte heen. Het is dun bezaaid met bomen. Eindelijk vinden we er één, maar er is geen plaats om te liggen. De grond is ook ongelijk en er is te weinig ruimte. Maar er komt uitkomst. Een naburig huis, grenzend aan een groot maïsveld, heeft een schaduwrijke overkapping. We mogen er toeven tijdens onze lunch en siësta. We prepareren de spaghetti, en eten er smakelijk van.

(JPG)
Eindelijk een schaduwrijk plekje.

Daarna op, richting SPELLO. Hier zal dan eindelijk die verrassing komen: een zwemfestijn. Vóór Spello ligt een zwembad. Dat zal een verlossende ervaring worden voor deze oververhitte, zwanger van zweet en zeer vermoeide pelgrims. Maar helaas, helaas: er zijn speciale badmutsen en broeken vereist. Dat wordt, gevoegd bij de entreeprijs, een te kostbare grap. Ook drink- en kookwater kunnen ze ons niet verschaffen. Teleurgesteld druipen we af. Op een parkeerterrein kunnen we water tappen, maar hoe. Er staat een apparaat, maar er zullen speciale kannen voor nodig zijn. Het lukt ons niet. En waar gaan we slapen?? Dat is een vraag die de anderen op gaan lossen, terwijl wij boodschappen gaan doen met de leeggemaakte kar. Het is een flink eind lopen naar de winkels beneden langs de stadsmuren. Ook Patrick gaat mee. Opzij bij een huis zien we toch nog ergens een kraan waar we onze flesjes kunnen vullen.

(JPG)
Spello.

Bij het boodschappen doen houden we ons budget in de gaten en blijken het goed in te hebben geschat.

Op onze terugweg komt Renana ons dansend tegemoet: ‘A dream of a place’. Een groepje is naar het naburige klooster gestapt. We zijn er welkom. Een mager poesje bij de ingang kijkt ons wat schuw aan, maar blijft lekker in de schaduw van de grote bomen liggen. De ons toegewezen plaats ligt aan de buitenkant van de kloostermuur waar zelfs een ruimte is met zeven bedden en nog wat extra matrassen. Luxe dus voor deze pelgrims. Er zijn ook douches, meervoud (!), voor de eerste keer. We werden beproefd, maar wat we ontvangen is meer dan wat we hadden kunnen verwachten. We krijgen nauwelijks tijd om ‘aan te komen’ want hongerige magen melden zich. Voor de eerste keer staat er soep op het menu. Die gaat erin! En de pizza’s die met zorg door Oscar warm gemaakt worden zijn een ware traktatie. Tot slot nog een fruitsalade en yoghurt. Het lijkt wel feest. Dat is het ook een beetje voor Ana-Marie die naamdag heeft. Het is vandaag het feest van Joachim en Anna. We hadden van onze mère de opdracht gekregen iets lekkers mee te brengen. Het is altijd een gok om een keuze te maken. We vinden iets waarvan we denken dat ze het lekker vindt en het is niet al te duur.

Het is een mooie plek hier. Aan de binnenkant van de muur zijn nogal luidruchtige kinderen aan het spelen. Het lijkt een vakantiegroep die een plek gevonden heeft aan de binnenkant van het klooster. Aan onze kant van de muur (de buitenkant) groeit een prachtige plant, met witte bloemen.

Als de afwas gedaan is, zoekt ieder zijn of haar plekje op om te slapen. Velen hebben hun wasje nog gedaan. Alles hangt nu te wapperen en profiteert nog van de zachte wind en de warmte die over het land hangt. Frans heeft een matras naar buiten gesleept - er waren er een paar over. Nu krijg ik zijn matje als extra laag onder het mijne. In de nacht glijden die twee matjes, glad als ze zijn, over elkaar heen en lig ik toch maar op één ervan. Ik zie ook dat ik ongemerkt ‘verhuisd’ ben. We lagen niet vlak.