2007 Internationale Tocht: Assisi, Italië

 

Verslag van de avonturengroep deel 2

27 juli t/m 29 juli

verslag en foto’s van Ricky Rieter

Vrijdag, 27 juli: Bestemming FOLIGNO

Göran vraagt of ik de groep wil wekken. Hij gaat met Pierre naar de Eucharistieviering bij de zusters. Wij zijn verantwoordelijk voor het prepareren van het ontbijt, dus moeten we aan de slag. Water halen en koken op het gasstel en melk warm maken voor bij de koffie en de müsli, brood en worst snijden, kaas in plakjes snijden en alle overige ontbijtspullen klaarzetten.

De een na de ander staat op. Erg vlot gaat het niet. Geduld is iets wat bij de Tochtgenoten behoorlijk op de proef wordt gesteld. Voordat ieder klaar is, duurt eindeloos lang. Sommigen lijken wel extra traag te zijn en zelf geen hinder ervan te hebben dat de groep aan het wachten is. Láng aan het wachten is. Waar we ook zijn, alles moet telkens keurig achtergelaten worden. Dat vraagt even eenparige arbeid. In de wachttijd doen degenen die met hun werk klaar zijn wat gymnastiekoefeningen en ook de Zonnegroet, niet de bekende, maar een andere. Ik weet alleen niet goed hoe ik het in het Engels moet zeggen. Een volgende keer maar tevoren een vertaling maken. Dat werkt soepeler.

De volgende kookgroep, bestaande uit de jongeren, gaat al vooruit om etenswaar te kopen. Oscar doet ook mee, al heeft hij een beurt gehad. Een kwestie van solidariteit met de jongeren. Wij zullen hen op de afgesproken plek straks ontmoeten. We willen boven door het oude stadje lopen. Maar voordat we vertrekken nemen we met een lied nog afscheid van de zusters die ons zo vriendelijk uit ‘de brand’ hebben geholpen toen velen van de groep werkelijk ‘in brand stonden’ en hun grenzen bereikt hadden. De zuster aan de deur ontpopt zich als een enthousiast oud, leuk mens. Ik was alleen wat laat om de humor op de foto vast te leggen.

Het is flink trekken met de kar, de stijgende straatjes op, maar na de stijging volgt een daling. Dat is iets waar we zeker van zijn. Dan is het een kwestie van tegenhouden en afremmen. Om de boodschapgroep terug te vinden is nog wel een hele kunst. Er wordt wat heen en weer gebeld. Uiteindelijk vinden we elkaar buiten het stadje.

(JPG)
Het is flink trekken met de kar.

Nu we allemaal bij elkaar zijn houden we onze dagopening. Antonio kondigt aan dat het zich vandaag rond de WIND afspeelt. De tekst wordt elke dag in een andere taal voorgelezen, hoeft niet vertaald te worden. Ieder heeft het tekstboekje in eigen taal:

De wind waait over het land, wij ademen zijn lucht. Aan de hemel trekken wolken voorbij. Het droge land heeft regen nodig. Een beeld van Gods genade, die uit de hemel stroomt. ‘De wind waait, waar hij wil’ Joh.3,5 en Gods Geest evenzo. Probeer de geest van God in andere religies te herkennen, want daarin laten ‘zich stralen van iedere waarheid van God zien, die alle mensen verlicht’ (tweede Vaticaans Concilie).

Het kapittelthema zal ook betrekking hebben op de verschillende religies en vooral op het samengaan ervan.

We passeren Madonna della Stella, een gesloten kapel. Wat verder gaan we ons plekje zoeken voor de lunch. Een bomengroep bij een weiland geeft ons de nodige bescherming. De kookploeg kan beginnen en een klein groepje bereidt het kapittel voor. We krijgen het volgende verhaal te horen:

De olifant en de zes Griekse wijzen

Er waren eens zes wijzen die in een klein dorpje woonden. De zes waren blind. Op een dag bracht iemand een olifant mee naar het drop. De zes wijzen zochten naar een manier om erachter te komen wat een olifant was, omdat ze hem immers niet konden zien. ‘Ik weet het al’, zei een van hen. ‘Laten we hem betasten!’ ‘Een goed idee’ zeiden de anderen. ‘Dan zullen we weten wat een olifant is.’ En zo gingen de zes wijzen ‘kijken’ naar de olifant. De eerste voelde aan een van de grote oren van de olifant. Hij raakte het voorzichtig aan van achteren en van voren. ‘De olifant is net een grote waaier’, schreeuwde de eerste. De tweede voelde voorzichtig aan de poten van de olifant. ‘Het lijkt wel een boom’, riep hij uit. ‘ Jullie vergissen je alle twee’, zei de derde. ‘De olifant lijkt op een touw. Hij had de staart onderzocht. Juist op dat moment sprak de vierde, die de scherpe slagtanden onderzocht: ‘De olifant is net een lans’, ‘Nee, nee’, schreeuwde de vijfde. ‘Hij is als een hoge muur’, nadat hij de flank van de olifant had afgetast. De zesde persoon had de slurf van de olifant beetgepakt. ‘Jullie hebben het allemaal mis’, zei hij. ‘De olifant is een slang’. ‘Nee, nee, een touw’. ‘Een slang’. ‘Een muur’. Jullie vergissen je’. ‘Ik weet het zeker’. De zes wijzen raakten urenlang in een eindeloze discussie, zonder dat ze het eens konden worden over wat een olifant was.

Dit verhaal, een illustratie van het feit dat veel religies de waarheid menen te bezitten, moeten we straks uitbeelden voor de rest van de groep, maar eerst dienen we een olifant te creëren uit materiaal dat voorhanden is. De kar wordt het lijf, een stevige stengel de staart, opgestapelde stenen de poten, kranten de oren, een opgerold matje de slurf en wandelstokken de slagtanden.

(JPG)
De kar, omgetoverd in een olifant.

De siësta wordt door iedereen anders ingevuld: slapen, lezen, dromen, brevieren (Pierre), mediteren, nadenken, ... Ik lees de dagteksten weer uit het boekje van Pierre. Vandaag de uitleg van parabel over het zaad Mt. 13, 8-23. Het zaad dat in de goede grond gezaaid is... Het epistel: ‘Je suis le Seigneur, ton Dieu, qui t’ai fait sortir du pays du Egypte de la maison d’esclavage...’

Na de couscousmaaltijd en de siësta vertonen we, geblinddoekt, ons stuk aan de anderen. Er volgt een gesprek met nieuwe, te vormen, groepjes. Patrick en Leyla komen bij mij zitten. De voertaal is Duits. We praten over verschillende religies en hoe we tot meer eenheid kunnen komen. Het gesprek vlot niet zo geweldig. Leyla (twaalf jaar) heeft geen enkele inbreng en Patrick is niet echt met religie bezig. Enfin, de poging was er en het bracht ons minstens toch wat dichter bij elkaar als persoon. Andere groepjes hadden een geanimeerd gesprek.

Nog een klein deel van de weg moet worden afgelegd. In Foligno worden we verwacht in het Giacomo-klooster (Jacobus), een oud pand met in het vierkant lopende kloostergangen waartussen een binnenruimte. Boven zijn grote ruimtes, een keuken, toiletten en douches. Er kan weer gekokkereld worden. We knappen ons op. Daarna gaan Frans en ik nog even het stadje in, bewonderen de mooie gebouwen, en kerken. Er is veel restauratiewerk verricht. Vaak alleen maar als buitenaanzicht. Een Italiaanse gelato (ijsje) waar Frans op trakteert gaat er wel in. Na het eten verzorg ik nog wat voeten: Göran heeft enorme kloven die pijnlijk zijn, Gillermo heeft zijn voet onder de blaren zitten, Mona-Lis krijgt een massage. Intussen is Esther terug in de groep. Morgen loopt ze weer mee. We slapen in de kloosterpanden die in open verbinding staan met de buitenlucht en met de sterrenhemel.

Zaterdag, 28 juli: naar STERPETE

Voordat iedereen wakker is, ben ik al het stadje ingegaan. In de kathedraal is een Eucharistieviering met geïntegreerde Lauden. Ik kom binnen als die al aan de gang is. Tot slot de tekst uit de Lofzang van Zacharias: ‘...e dirige nostri passi sulla via de la pace.’ (Ik weet niet of het Italiaans helemaal goed onthouden heb): ‘ ..en richt onze passen op de weg die naar vrede leidt.’ Met die passen zijn we bezig op deze pelgrimstocht. Een gebedje dat het ook lukken mag, is daarbij allerminst overbodig.

Terugkomend in het kloosterpand ontbijten we en maken alles weer schoon. Toch een hele klus. Er was veel ruimte voor ons. Daarna is het wachten... Waarop? Renana voelt zich niet lekker. Er wordt besloten dat ze een paar dagen naar het familiecentrum gaat. Dit draagt de mooie groepsnaam ‘Luce’. Zoveel kinderen in hun kring, dat moet wel licht geven. Ook aan degenen die dat licht nodig hebben. Esther is daar immers weer fris vandaan gekomen.

We staan in een kring. Antonio reikt ons het thema aan: WATER. Het boekje vermeldt:

De bron schenkt water, fris en helder en zuiver. Het sijpelt in de aarde, daar kiemen kruid en gras. De Schepper schenkt leven met zijn edel vocht. Alles begint met verlangen. Ook de vraag naar God heeft haar oorsprong in het menselijk verlangen: ‘Mijn ziel dorst naar God’ psalm 42. Uit welke bron leef ik? ‘Wie van het water drinkt dat Ik hem geven zal....’ Joh. 4,13. Met de geopende hand kan men koel, stromend water uit de rivier scheppen. Met de gesloten vuist lukt dat niet, hoe groot de dorst ook mag zijn. Ik kijk naar het water in mijn, tot een kommetje, geopende hand.

Er is intussen water doorgegeven en in ieders hand geschonken. Een symbolische handeling, maar bij de meesten loopt het er al meteen uit, deels doordat de symboolgevoeligheid niet gewekt is, deels door onzorgvuldigheid of speelsheid.

(JPG)
Oscar met zijn hoofd onder de kraan.

Het kapittelthema is vandaag: VREUGDE, SCHOONHEID, VERWONDERING OVER DE NATUUR. We krijgen de opdracht om zelf te verzinnen wat we in dit verband zullen doen. Hoe geven we er vorm aan? In hetzelfde groepje als bij het gesprek rond de kerkelijke verscheidenheid/eenheid moeten we iets met elkaar afspreken en melden aan Mona-Lis.

Bij de Liddl worden later op de dag boodschappen gedaan door de kookploeg.We wandelen weer in de volle zon die niet nalaat ons overmatig te verhitten. Verharde, vlakke wegen zoals elke dag. In Sterpete is ons een scoutinggebouw toegewezen. Het ligt iets buiten het dorpje. Aan de ingang van het dorp is een waterput en een kraan. Hier kunnen we onze dorst lessen. De baas van het complex met scoutinggebouwen komt op een brommertje of motor met ons mee: een jonge knul met veel sleutels voor alle hekken en deuren die voor ons opengaan. De gebouwen, een tent en barakken liggen in de blakende zon. Al die hekken en sleutels en deuren benauwen ons, geven een associatie met een concentratiekamp, hoewel het uiteraard totaal onvergelijkbaar is. Geen boom, geen struik, geen sprietje gras..., wat moeten we hier? Speurend in de omgeving zien we wat bomen. Daar is het vast beter toeven. De eigenaar komt al snel verontrust op ons af, maar we kunnen hem geruststellen en krijgen zijn fiat. We lunchen. Er zit tonijn in. Dat wil er bij mij niet in, maar Frans weet er wel raad mee.

Het evangelie handelt over het onkruid dat we moeten laten opgroeien, samen met de tarwe. Dat zal vanwege het onderscheidingsvermogen zijn, lijkt mij. Soms weet je echt niet wat onkruid is. En er is wat moois van te maken. Frans maakt een lauwerkrans voor Mona-Lis: dank voor alle inzet. Ik heb een klein boeketje gemaakt. In de kring wordt het doorgegeven aan iemand waarbij een vriendelijk woordje gezegd wordt voor die persoon. Deze geeft het weer door aan een ander tot we de kring rond zijn. In het boeketje ligt een pakje met iets uit de natuur. Wat is het? Voor ieder een meloenpit. Wie het kleine niet eert,....

We hebben nog een spelletje verzonnen: iedereen doet de ogen dicht, dan iemand aanwijzen die in de kring gaat staan. Een ander wordt aangewezen om blind te voelen wie het is. De rest kan de ogen weer open doen. Dan met twee of meer personen.... Gillermo verzint een heel kort ‘spel’: we moeten allemaal in de zon gaan staan op een rij en dan zo snel mogelijk naar de schaduw lopen. Een beetje flauw is het wel.

Er is nog wat tijd om te wandelen. Frans en Mona-Lis gaan mee. We verkennen de weg voor morgen, hoewel een ander dan de beurt heeft om kaart te lezen. Een man op het veld komt naar ons toe. Uit welk land komen we? Als hij het antwoord: Nederland en Zweden hoort, raakt hij helemaal enthousiast. Hijzelf was in Nederland en zijn zoon voor studie in Zweden. Die zoon die op de tractor zat wordt er meteen bijgehaald. Er volgt een geanimeerd gesprek.

Het eten moet klaargemaakt worden. Er liep veel mis: de boodschappers kwamen maar niet terug op Göran na, de kokers hadden niet in de gaten dat ze moesten koken (Myriam en Antonio).

(JPG)
Het eten moet klaargemaakt worden.

Uiteindelijk kwam alles goed. Het was intussen laat, maar alles smaakte weer super. En toen werd het nacht... Hieronder het, in De Roep gepubliceerde, verhaal van Frans en mij (sept.2007):

I Fioretti (24)

Frans van Overbeek en Ricky Rieter

Hoe tijdens de Internationale Tocht de nachtelijke rust drastisch verstoord werd door politie op ons dakloze dak; hoe de benauwdheid ons om het hart sloeg maar de gemoederen uiteindelijk toch weer tot rust kwamen

Carabinieri Tijdens de Internationale Tocht van dit jaar was er voor de eerste maal een Avonturengroep: een groep dus waarbij niet alles van a tot z geregeld was. We waren in het ongewisse over verschillende slaapplaatsen, maar dat maakte juist ons avontuur uit. Na een heerlijk verblijf in een oud stadsklooster in Foligno was de volgende bestemming een scoutinggebouw, niet ver van die stad; gelukkig, want het was weer eens bloedheet. De scouts hebben daar een akelig, met hekken omgeven, boomloos complex. Het gaf associaties met een concentratiekamp. Logisch dat we een naburige bomengroep opzochten en als slaapplek gebruikten, met toestemming van de aanvankelijk hevig verontruste eigenaar die al een angstbeeld had rond zijn verwoeste fruitoogst. Uiteindelijk, na onze rustige en vriendelijke uitleg, ging hij akkoord. We taalden er overigens niet naar om het groen uitgeslagen fruit (veroorzaakt door het landbouwvergif), ook maar met een vinger aan te raken. Bovendien was het niet rijp.

Op enkele Tochtgenoten na, die toch het scoutinggebouw prefereerden, vleiden we ons dus vermoeid in onze slaapzakken, wat schuivend, totdat we de juiste plek gevonden hadden. Het was niet alleen een vermoeiende, maar ook een loeihete dag geweest. We hadden onze rust verdiend. De sterren blonken aan de hemel die zich als een bewarende koepel over ons heen sloot. Het was zoals in het oude kindergebedje voor het slapen gaan: ’s Avonds als ik slapen ga, volgen mij zestien engeltjes na, twee aan mijn rechter zij, twee aan mijn linker zij, twee aan mijn hoofdeinde, twee aan mijn voeteneind, twee die mij dekken, twee die mij wekken... Maar verder kwamen we niet in onze heerlijke mijmeringen, want dat wekken gebeurde wel veel te vroeg. We waren nog nauwelijks in slaap gevallen. Tegen middernacht was het toen er grote koplampen onze richting in draaiden met niet te miskennen geluiden van een ‘aanvallende’ auto: de Carabinieri. Alle ‘slaapzakken’ veranderden, door grote schrik bevangen, van horizontaal naar verticaal, op één na (die van Frans; hij hield zich Oost-Indisch doof). De zwarte, streng uitziende, mannen riepen: CARTA D’IDENTITA, PASSAPORTI. Alsof we landlopers waren (dat waren we natuurlijk ook) of illegalen (misschien ook?). Gelukkig wist onze Italiaans sprekende Spaanse Gillermo met geduld en onderdanigheid de macho’s te overtuigen van onze geldige aanwezigheid. Het duurde enige tijd, want aanvankelijk zocht ieder verwoed naar de paspoort die natuurlijk ergens, goed opgeborgen, onder in de rugzak zat. De een na de ander werd gecontroleerd (Frans die halsstarrig bleef liggen, ontkwam eraan, al heeft hij het, diep weggedoken, zeker gevolgd). We hadden het vertrouwen herwonnen van de Carabinieri en halverwege de actie dropen ze gewillig af zonder ons ten einde toe beproefd te hebben.

Onze dromerij rond ‘engelen die ons wijzen naar hemels paradijze’ was dan wel verstoord en afgebroken, maar we genoten in de stilte van onze slaapzak nog na van het avontuur dat we hadden mogen beleven. Een hemels paradijs verdien je niet zomaar, daar moet je toch altijd wel wat voor doorstaan.

Tot Lof van de Allerhoogste, die boven de Carabinieri staat en altijd beschermend aanwezig is!

Zondag, 29 juli Avventura (Cannara)

Het werd avond en morgen, de volgende dag. Vanwege de hitte en de moeilijkheden die dat veroorzaakte, was er toch eindelijk besloten om vroeger op te staan. Niet om zeven maar om vijf. Kwart voor acht zijn we startklaar (wat vraagt dat een tijd - lees ‘geduld’ - voordat een groep vertrekken kan!). We lopen richting Bevagna, maar soms wordt er om de vijf minuten gestopt. De groep moet bij elkaar blijven en de aanpassing aan de langzaamste is noodzaak.

Het thema van vandaag is VUUR. Tekst uit het boekje: De vlammen laaien hoog op, vuur gloeit en brandt. Er dreigt gevaar voor ieder die het vuur niet kent. ‘Er verschenen hun vurige tongen’ Hand.2,3, de gebeurtenis van Pinksteren. Gods Geest wil ons koude en verstarde leven verwarmen. Neem een ijsklontje in de hand en kijk wat er gebeurt. De warmte van je hand zal het ontdooien. Zo is Gods Geest. Hij wil verwarmen wat koud geworden is. Hij wil doen smelten, ontspannen wat hard geworden is.

Het kapittelthema zal ARMOEDE zijn. Is Armoede hetzelfde als Eenvoud? Een vraag om over na te denken. Vandaag is het, wat men noemt, een lange dag. We lopen door tot aan een Convento Annunciata, een franciscaner klooster. Zouden we er onderdak kunnen krijgen? Met de aardbeving is het echter zo drastisch beschadigd dat er geen opbouw meer rendabel was. De franciscanen zijn naar elders vertrokken. De kerk is nog in tact. Parochianen stromen naar de Mis, maar wij, pelgrims houden ons op buiten de muren onder een brede schaduwgevende overkapping (met uitzondering van enkelen). In de eerste lezing is Abraham aan het onderhandelen en in het evangelie wordt ons het Onze Vader geleerd.

(JPG)
Siesta onder het afdak van de kerk bij het convento Annunciata.

Na de Eucharistieviering is er een vriendelijke vrouw die ons gelegenheid geeft ergens onze behoeften te doen en ook wijst waar we water kunnen halen, water voor de dorst en om te koken. De kookploeg zorgt voor de lunch: scrambled eggs, dat wil er wel in. En een heerlijke koude schotel met maïs en andere lekkere zaken. We krijgen ruim de tijd voor een middagdut. Ik maak eerst mijn zonnehoed. De rand is los, Marie-O, als mère voorziet me van naald en draad. Er blijft, na de rust, nog tijd over om naar het prachtig verzorgde kerkhof te gaan. Vele huisjes en nissen waarin er voor de dierbare doden een herdenkingsplek is gecreëerd. Het ene huisje is nog ‘rijker’ dan het andere. Hele generaties vinden er soms hun laatste rustplaats. Indrukwekkend.

Wat later gaan we wat spelletjes doen met een stok. Mona-Lis is erg vindingrijk. Tot slot in groepjes samen nadenken over Franciscus. Wie was hij? In mijn groepje zitten: Mona-Lis, Pierre, Christer. We vertellen eerst wat Franciscus voor ons betekent en wat we van hem weten. Dat is een kort/lang verhaal. Christer heeft nog nooit iets over hem gehoord, kwam toevallig door een klein berichtje in deze groep terecht. Mona-Lis kent vooral de verhalen vanuit de antroposofie, Pierre weet er meer van, ook van de spiritualiteit, heeft zelfs een gebed van Franciscus bij zich. Ikzelf weet, binnen dit groepje, er wel erg veel van. Dat wil niet zeggen dat ik zijn spiritualiteit beter beleef dan een van de anderen.

We hebben besloten naar Cannara te wandelen, de plek waar we eerder waren. Toch gaat dat niet zonder slag of stoot. Lopend langs de Topino stopt er een automobilist. Waar gaan jullie naar toe? We vertellen het. ‘Dat zal niet gaan, er is geen brug en het water is te diep.’ Wij laten ons echter niet uit het veld slaan. We vinden wel een oplossing en vervolgen toch de weg in dezelfde richting. Wat verderop treffen we enkele, daar wonende, vrouwen aan. Vriendelijk wordt ons verteld dat we er toch wel door zullen kunnen.

Het probleem is alleen onze kar. Die is echt een struikelblok. Wat mag er niet nat worden en hoe diep zal het in feite zijn als de ene persoon dit beweert en de ander dat. We wachten af. Na de bocht blinkt het water ons tegen. Antonio, onze oudste broeder, neemt het voortouw. Zonder zijn schoenen uit te doen baggert hij vlot door het water. Voorbeeldig. Aarzelend volgt de een na de ander. Al of niet met schoenen aan, al of niet met stokken als een extra poot of een arm/hand van een helper in de watersnood. Heelhuids komen we erover. Dat was een waar Avventura. De ondergaande zon kleurt de lucht. Nog niet gerijpte vijgen aan de boom wachten misschien meer op regen dan op zon. Alle vruchten zien er schraal uit.

(JPG)
Dat was een waar Avventura.

Sokken aan, schoenen aan en de laatste loodjes naar het ons al bekende Cannara. In het parochiegebouw huist nu een andere groep. Wij blijven op de parkachtige bomenplek bij de sportvelden. Het is erg laat als we aankomen: negen uur. Toch wordt er nog gekookt. Gillermo is een superkok en heeft er veel plezier in. Wie hebben hem ook weer geholpen? Dit wordt weer heel feestelijk. De zoetzure saus is een recept van zijn moeder: jam, limoen, zout, basilicum, azijn..

Ik ga in een wat donker hoekje liggen, maar het stinkt er en het lawaai van het naburige verkeer is hinderlijk. Deze nacht lig ik niet lekker.