10. Kersttocht

 

Dertig december, weer thuis uit Steenwijk

Ineke Wouters

Vanavond mag ik weer in mijn eigen bed slapen met een matras van puur natuurlijk materiaal. Behaaglijk en warm. Na een drietal nachten op een matje in een slaapzak geslapen te hebben, is dit pure luxe!

Verblijven met jullie, dierbare tochtgenoten, tijdens de kersttijd, een paar van de heilige nachten, geeft mij iets wat ik in de kerstdagen niet beleef: het samen in allerlei situaties vorm en inhoud geven aan de dagen. Dat maakt het voor mij werkelijk kerst.

Zo’n kersttocht, een menselijke oefenweg, waarin ik mij kwetsbaar durf op te stellen, genoodzaakt ben tot zelfreflectie, empathie te hebben met mijn mede tochtgenoten en grenzen leer trekken. Samen te werken in wat gevraagd wordt zoals bijvoorbeeld het kapittel.

Ik ben verkouden en moe maar leid het eerste kapittel ‘welke weg kiezen we naar asielzoekende mensen toe? Zijn we in staat contact te leggen?’ Het bijzondere is dat we ieder op onze eigen manier ermee bezig zijn - wat een diverse inbreng! De verschillen in cultuur leren zien en respecteren, voorzichtige toenaderingen, steun geven aan mensen die op Schiphol ‘gevangen’ zitten.

Het tweede kapittel laat ons raden wat er op een foto gebeurt: twee kleine donkere kinderen staan dicht tegen elkaar aan. Een stuk van hen verwijderd lopen mensen. Waarheen? Wat doen ze? Zijn ze druk? Zien ze die kinderen wel? Een schrijfoefening: geef jouw gedachte een titel - zeg iets over de kinderen en over de mensen. Hoe verschillend kijken we naar die situatie en hoe verschillend raakt het onze gevoelswereld.

Wat is het toch héérlijk, dat er destijds zoveel Vergroesentjes geboren zijn die zich her en der in den lande en daarbuiten gevestigd hebben. Ze zijn van vele markten thuis en hebben met hun partners een gastvrije inborst! Marie-Bernadette (Vergroesen) en echtgenoot Henk v/d Wal hadden ons onderkomen geregeld, een parochiehuis. Na de eerste wandeling drinken we thee met kersttulband bij hen thuis, nog volop in Kerstsfeer.

Steenwijk, een verrassend stadje en interessante omgeving! We laten ons op de eerste middag leiden door een stadsgids die ruim twee uur gespreksstof heeft over de geschiedenis van Steenwijk die zichtbaar nog aanwezig is in landschap, gebouwen en huizen. Dat de tweede ijstijd zo’n heuvelachtig en divers landschap heeft gecreëerd, was voor mij compleet nieuw. STEEN-wijk: het ijs heeft ook grote zwerfkeien meegenomen vanuit het noorden. Dat we dan ook op één van onze wandelingen hunebedden zagen, is niet verwonderlijk. Ook grafheuvels waren zichtbaar waar allerlei prehistorische voorwerpen gevonden zijn.

Zaterdagavond zijn we uitgenodigd voor een viering in de katholieke kerk. Na afloop was er koffie in de pastorie bij ons; het waren er velen. “Slapen jullie op een matje met een dekentje? “ We leggen uit hoe de tochtgenoten ontstaan zijn, onze geschiedenis en welke activiteiten er nationaal en internationaal zijn.

Dan wordt er gezongen door de hele groep. Bernadette: je hebt de mensen uit Steenwijk aardig wat tochtgenoten liederen geleerd! Fini, het einde komt in zicht - we maken alles weer in orde zoals we het aantroffen, schoon en wel. Tja, ik als uitsloofster deed er nog een schepje bovenop door de plinten schoon te maken. Ach, het leverde me een dikke knuffel op! “Dat doen we bijna nooit“ fluisterde Bernadette (plinten schoonmaken).We sluiten de dagen in Steenwijk af met een korte, oprecht voelende viering.

Ontmoetingen met een blik terug in de tijd

Johny van Hoeve

Behalve gewandeld, gekapitteld en gezongen hebben we ook ontmoetingen gehad. Plus het feit dat je tijdens zo’n tocht nog eens ergens komt.

We hadden ontmoetingen met elkaar, met andere mensen en gebeurtenissen uit heden en verleden. Zoals met de kerkbezoekers met wie we samen een viering mochten bijwonen en met wie we na afloop, van gedachten konden wisselen en samen konden zingen. Altijd weer boeiend: wie is wie in deze kerk en hoe werken jullie samen en met wie? Wie zijn wij, wat doen wij, waar staan wij voor?

We hadden ook een ontmoeting met de gastvrije zus van Liesbeth - Marie-Bernadette - en haar man Henk, die ons zowel binnen als buiten ons woonverblijf praktische hulp boden.

Het was ook een waardevolle ontmoeting met de gids die ons rondleidde door de stad Steenwijk en haar verleden: als vestingstad en garnizoensstad. Steenwijk had het zwaar te verduren in de tachtigjarige oorlog. De plaats kwam verschillende keren over en weer in Spaanse handen van Koning Philips II - dan wel in Staatse handen van Stadhouder Maurits van Nassau en zijn oom Lodewijk van Nassau.

Wisselingen ontstonden door de verovering van Steenwijk of omdat men meer soldij betaalde aan de soldaten van de tegenpartij, die niet of te weinig betaald kregen. Deze huurlegers keken niet zo nauw. Van Steenwijk bleef toen uiteindelijk weinig tot niets meer over. Alles was in puin geschoten en na nog een pestepidemie waren er van de 2.500 inwoners in korte tijd nog maar 200 inwoners over.

Met deze rondleiding kregen we ook nog wat krijgskunst mee, zoals het nut van de vijfhoekige bastions op de wallen. Zo’n hoekig uitsteeksel had vooral nut als vooruitgeschoven post voor waarneming en verdediging. Zo kon je aan drie kanten aanvallen en je verdedigen. Bovendien liep je daardoor minder risico je eigen mensen te raken. Kijk met zo’n verhaal zie je niet alleen wat je ziet, maar je ziet ook nog de beelden die daar achter schuil gaan.

Onze kersttocht leidde ons nog verder naar het verleden. De hunebedden D53 en D54 kwamen op ons pad. Dat gebeurt ons niet elke keer, reden om hier toch even bij stil te staan, vonden we. En foto’s te nemen met en zonder Tochtgenoten..

We wisten nog van onze gids van de vorige dag, dat de grote stenen daar liggen sinds de voorlaatste ijstijd ca 150.000 jaar geleden. Door de ijsmassa waren deze stenen onze kant opgestuwd. In 700.000 jaar hebben we 10x een ijstijd gehad. Volgens Wikepedia is onze huidige opwarming van de aarde een peulenschil vergeleken met de enorme (natuurlijke) klimaatsveranderingen in vroeger tijden. Wanneer we weer een nieuwe ijstijd kunnen verwachten? Dat is nog niet bekend.

Terug naar D53 en D54. (Alle hunebedden zijn genummerd) In de 16e en 17e eeuw wordt er voor het eerst iets over de hunebedden geschreven: Het zouden offerplaatsen zijn van levende mensen voor de duivel, opgericht door "grousame, barbarische en wrede reusen met beestelijcke wreedheijdt en geacht slechts geboren tot verderf van menselijcken geslachts”.

Latere opgravingen laten zien dat de hunebedden botresten en aardewerk bevatten. Men stelde vast dat de hunebedden oorspronkelijk helemaal met aarde waren overdekt. Men gaat er dan vanuit dat het graftombes waren en gebouwd zijn door de boeren van de ‘trechterbekercultuur’.

Men veronderstelt dat er in onze streken,sinds de laatste ijstijd - 15.000 jaar geleden, sprake is van een min of meer permanente bewoning. Het is onduidelijk of we het dan over neanderthaler, homo sapiens of een mengvorm hebben.

Veel van ons hebben geleerd dat de hunebeddenbouwers de eerste bewoners waren in onze streken. Echter zo’n 2000 jaar eerder waren er al bewoners. De oudste overblijfselen van een mens (homo sapiens), die is gevonden, is ‘Trijntje’ uit Hardinxveld-Giessendam - ca 7500 jaar oud. De hune-beddenbouwers dateren uit de Nieuwe Steentijd (3400 - 2850 voor Chr.)

N.B. Ze hebben haar Trijntje genoemd omdat ze is gevonden bij bouwwerkzaamheden voor het treintraject van de Betuwelijn. Bron: A Wiltschut, De tijd van jagers en boeren; kleine geschiedenis van Nederland.