2017: Assisi

 

Assisi, een impressie van stergroep Spello

Carla Berbée

Dit keer had elke groep een plaatsnaam waar je ook daadwerkelijk kwam. Ik was ingedeeld in een groep met zeven Fransen, vijf Zweden en een Brit. Een aparte ervaring om geen taalgenoot in de buurt te hebben ... omdat er helaas zoveel Nederlanders last minute hadden moeten afzeggen. Er loopt door Europa een (onzichtbare ) breuklijn, voor wat betreft eetgewoonten, het dagritme en wijze van communiceren. Ik moet zelf altijd erg schakelen en wennen aan de gebruiken in Zuid-Europa. Maar uiteindelijk komt alles goed. Ook bij 40 graden!

Met mijn stergroep ben ik vertrokken van Capo d’aqua via Spello naar Valtopino en terug naar Spello. Op de laatste avond was er als kapittelopgave: geef de temperatuur aan van jouw groep. Die bleek bij iedereen op te klimmen van 0 tot 8 à 10. Het dieptepunt lag op de eerste dag. Pas laat vertrokken we na de wegzending - we zouden maar 1,5 uur hoeven te lopen ... het werden er vier! In het donker kwamen we uiteindelijk bij een jeugdhonk met een dak, één muur en 2 toiletten. Voor Tochtgenoten geen onbekend fenomeen: de weg kwijtraken ... gelukkig raak je elkaar daarbij niet kwijt, integendeel.

Waar voor mij de hoogtepunten lagen waren vooral de sociale interacties en persoonlijke gesprekken onderweg. Drie mensen deden voor het eerst mee. De eerste dagen waren twee françaises erg stil en afwachtend. Daarna bloeiden ze allebei open. Omdat er vooral Frans en Engels werd gesproken, werd ieder toch een beetje gehersenspoeld. Bij mij kwam mijn Frans steeds meer terug, een paar Fransen bleken in de loop van de week ook wat Engels te beheersen. Een klein babylonisch wonder (maar dan omgekeerd).

Een pelgrimstocht is geen tocht zonder wonderlijke toevalligheden. In Valtopino bivakkeerden we in het parochiehuis met een pastoor die het vreemde omarmde. Het aanbod om bij ons avondeten aan te schuiven, nam hij van harte aan. En op zijn beurt nodigde hij ons uit voor een zondagmiddag-uitje naar Bevagna (waar Franciscus voor de vogels preekte). Weer zo’n karakteristiek, middeleeuws stadje tegen de berghelling gesmeten. Met de auto van nog een parochiaan en van Sheana konden we op pad en kwamen we de andere stergroep tegen. Bij het stadhuis stond een Italiaans buffet klaar, zo maar: gratis !

En zo wandelde ook Franciscus met ons mee, tussen de olijfgaarden, in de brandende zon, dromend tijdens de siesta en genietend van een échte italiaanse capuccino. Ik had me erg verheugd op mijn taak als spiritueel leider. De verhalen en gebeden over en van Franciscus kwamen in de gesprekken met de Zweden naar voren. Er is van die materie blijkbaar weinig in het Zweeds vertaald. Het echte gevoel van thuis komen bij Franciscus en Clara kwam voor mij pas na de eigenlijke tocht, tijdens de dagen dat ik met Mia Versteege nog in Maria degli Angeli bleef. Gewoon uren kunnen zitten bij Portciuncola en San Damiano, het koorgebed van de broeders in de benedenkerk van de San Francesco. En elke dag wel enkele bekenden uit de Tochtgenotenclub tegenkomen in de stad, want de meesten hadden de behoefte wat langer in Assisi zelf te blijven. Je thuis voelen en wereldwijd bekenden hebben. Al is het maar voor even. Is dat niet wat Franciscus en Clara ons geven... ?!